De kunst van het losmaken

Niets zo goed tegen stress als wat snoeien in de tuin. Het is een soort mediteren. Een vorm van arbeid waar je maar een dun laagje van je bewustzijn bij nodig hebt. Zodat het overige deel alle kanten op kan waaien. Over de grenzen van de tuin en nog veel verder. Naar niks en nergens.
Het is pure zen.
Mindfullness. Wholeness. Of wat voor ‘ness’ dan ook.
Alleen dan wel veel goedkoper.
Vooral in de eerste dagen van het voorjaar is het heerlijk. Ik begin altijd met de hop, in het hoekje van onze tuin. Niet alleen omdat die warboel van verdroogde en in elkaar gevlochten ranken zo heerlijk opruimt. Het genot is ook gelegen in het feit dat in die kluwen een clematis schuil gaat.
Voorzichtig haal ik de takken van de hop weg. Knip. Ik aanschouw mijn werk. Knip. Las een moment van contemplatie in. En met elke knip van mijn snoeischaar leg ik een stukje van de reeds uitbottende clematis bloot.
Hoe zegt de beeldhouwer het ook al weer? Het beeld zit al in de steen, je hoeft het er alleen nog maar uit te bevrijden.
De kunst van het losmaken.
Zoiets is het, ja.

Advertenties

Van wandelende planten en een dode hamster

Er zijn altijd stukjes van de tuin die niet willen wat jij wil. Stukjes met een eigen willetje. Achter in de tuin, in de schaduw van de schuur, hebben wij zo’n stukje. Tegen de schuur groeit een klimhortensia die het hele hoekje dreigt te overwoekeren. Daarvoor staat een Kirengeshoma palmata. Daar hoor je mij niet over klagen. Alles is mooi aan deze plant: de bladeren, de stengels, de bloemknoppen, tot de zaaddozen aan toe. Het is een uiterst gemakkelijke plant, een sulletje bijna, die zelfs met een plekje in de diepe schaduw tevreden is.
Naast de Kirengeshoma heb ik jaren geleden een paar exemplaren van Ligularia przewalskii geplant. Omdat die ook zo’n mooi ingesneden blad heeft. Er is iets grappigs met die plant aan de hand: hij wandelt. Doen meer planten, dat wandelen. Elk jaar verplaatsen ze zich een stukje. Steeds een paar kleine pasjes naar links of rechts. Stiekem. Als ik even niet kijk. Van het diepste schaduwplekje naar een waar zo nu en dan toch wat zonlicht valt. Of vanuit de hoek van een border langzaam aan steeds verder naar voren.
Het zijn de migranten onder de planten. En wie ben ik om ze tegen te houden en weer terug te zetten op hun plaats? Vanuit het zonnetje weer terug de schaduw in? Voel me dan net een minister die een tiener terug naar Angola stuurt.

>lees verder

Zondagsrust

Het waaide buiten. En soms regende het.
Vrouwlief deed mee aan de Tuinvogeltelling.
‘En?’ vroeg ik na een half uur.
‘Eén merel,’ zei ze.
Ik keek naar buiten.
‘Probeer het nog eens,’ zei ik.
‘En nu?’ vroeg ik na een tweede half uur.
‘Weer één merel.’
Ik keek naar buiten. Het waaide.
En soms regende het.

Sapstroom

Mijn vrouw kijkt uit naar de winter. Zij houdt van sneeuw en ijs, schaatsen en skiën.
Ik niet. Ik houd wel van de winter, hoor, dat is het niet. Maar de winter is voor mij de tijd van binnen. Van Sint en Kerst, dat wel, maar niet van wintersport.
Ik krijg juist de neiging om mij terug te trekken in mijn hol. Met een hoge stapel boeken en veel calorierijk comfort food: chocolade, appeltaart, stoofschotels, specerijen en dikke soepen.
‘Kan er niks aan doen,’ zeg ik tegen vrouwlief, ‘kijk maar naar de natuur, het is evolutionair bepaald.’
Zij heeft absoluut geen last van dit soort dingen. Krijgt juist zin om dingen aan te pakken en op te ruimen.
Zij zegt: ‘Zullen we het siergras afknippen, die verdroogde halmen waaien door de hele tuin.’
‘Zonde van het wintersilhouet,’ verzucht ik en nestel me in een hoekje van de bank.

Lees verder

Vergeten groenten

Al mijn hele tuinleven lang droom ik van een moestuin. Het is een romantische gedachte, waarin ik mijzelf met schep en schoffel bezig zie in de weerbarstige klei. Een kruiwagen mest hoort erbij en rubber laarzen. En het gezicht en de stem van de in 1996 overleden Geoff Hamilton, die 17 jaar lang Gardener’s World presenteerde. ‘The richness of the soil,’ hoor ik hem dan altijd zeggen, of woorden van gelijke strekking, terwijl hij met zijn handen door de aarde woelt. Dat zou ik ook wel willen doen. Met mijn handen door de aarde woelen. En aan het eind van de dag met een emmer aardappelen, worteltjes en boontjes thuis komen. Waar we dan iets lekkers van klaar maken. Geroosterde aardappeltjes met veel knoflook en rozemarijn. Boontjes met harde schapenkaas  en citroenmelisse. Tomaatjes met dragon. Super vers en helemaal puur. Al passen die laatste woorden niet echt bij het beeld. Maar ja, probeer maar eens woorden te vinden die nog wel authentiek klinken nu ‘vers’, ‘puur’ en ‘eerlijk’ door de commercie zijn geconfisceerd.
>lees verder