De kunst van het losmaken

Niets zo goed tegen stress als wat snoeien in de tuin. Het is een soort mediteren. Een vorm van arbeid waar je maar een dun laagje van je bewustzijn bij nodig hebt. Zodat het overige deel alle kanten op kan waaien. Over de grenzen van de tuin en nog veel verder. Naar niks en nergens.
Het is pure zen.
Mindfullness. Wholeness. Of wat voor ‘ness’ dan ook.
Alleen dan wel veel goedkoper.
Vooral in de eerste dagen van het voorjaar is het heerlijk. Ik begin altijd met de hop, in het hoekje van onze tuin. Niet alleen omdat die warboel van verdroogde en in elkaar gevlochten ranken zo heerlijk opruimt. Het genot is ook gelegen in het feit dat in die kluwen een clematis schuil gaat.
Voorzichtig haal ik de takken van de hop weg. Knip. Ik aanschouw mijn werk. Knip. Las een moment van contemplatie in. En met elke knip van mijn snoeischaar leg ik een stukje van de reeds uitbottende clematis bloot.
Hoe zegt de beeldhouwer het ook al weer? Het beeld zit al in de steen, je hoeft het er alleen nog maar uit te bevrijden.
De kunst van het losmaken.
Zoiets is het, ja.

Zen en de kunst van het achterlaten

Dankzij Google ga ik dit jaar met een veel geruster hart op vakantie. Ik zal u dat proberen uit te leggen. Het heeft te maken met de vreemde kant die er, voor een tuinbezitter althans, zit aan het op vakantie gaan. Een beetje alsof je halverwege een voorstelling wat gaat drinken in de lounge van het theater, om tegen het eind je stoel weer op te zoeken. Zo voelt het elk jaar tenminste wel als wij op het punt staan om op vakantie te gaan. Op het hoogtepunt van het jaar kijken we vol bewondering naar onze tuin – om hem vervolgens voor drie weken aan zijn lot over te laten. Daar zit iets vreemds in, vindt u niet? Zo heb ik mijn Phloxen volgens mij nog nooit op hun mooist gezien.
Tijdens de vakantie denk ik regelmatig aan onze tuin. Regent het wel genoeg? Waait het niet te hard? Bloeit er nog iets al ik terug kom? Het is ook het eerste wat wij doen als wij weer terug zijn: een blik werpen op de achtertuin.
Soms valt dat mee. Maar soms ook niet en treffen wij bij terugkomst een wildernis aan. Uitgebloeid en uitgegroeid. Dor en droog. Geen model meer in. Een lange slungel met zijn haren door de war. Een beetje zoals mijn puberzoon als hij om half elf zijn bed uitkomt. Maar na een paar dagen van terugknippen, uitgebloeide bloemen verwijderen, steunen zetten, opbinden en water geven is-ie meestal al weer aardig opgekalefaterd. Mijn tuin bedoel ik dan. Bij zoonlief duurt het aanzienlijk korter.
>lees verder

Zen

Het is bijna 1400 kilometer, de afstand tussen Amstelveen en het plaatsje in de Pyrénées-Orientales waar wij misschien naar toe gaan deze zomer. Volgens Google Maps dan. Twee dagen rijden. Via Parijs, Clermont-Ferrand en Millau. Bovenaan de pagina van Google Maps staan drie icoontjes. Een autootje, een trein voor ‘openbaar vervoer’ en een poppetje dat voor ‘lopen’ staat. In een opwelling klik ik op die laatste. Het duurt even. Het is ook niet niks wat ik vraag. Zelfs voor Google. Maar uiteindelijk komt het programma met de door mij gewenste routebeschrijving. Amstelveen-Laroque-des-Albères. Afstand: 2192 kilometer. Reisduur: 9 dagen en 3 uur. Het eerste dat mij opvalt is de op het kaartje ingetekende route. Die gaat door de Noordzee, kruist het zuidoosten van Engeland, rondt met een wijde boog Bretagne, gaat door de Golf van Biskaje en bereikt ter hoogte van Bilbao weer het vaste land, om vervolgens dwars door de Pyreneeën te gaan. In de route blijkt een ferry van Hoek van Holland naar Harwich en een van Portsmouth naar Bilbao te zitten.
Zo kan het ook, ja. En nu begrijp ik die 9 dagen.
Hoe kom je erop.
Maar wat mij pas echt intrigeert, zijn de eerste regels van de routebeschrijving. ‘Vertrek in zuidelijke richting op de Beneluxbaan. Sla rechtsaf bij Sportlaan.’ Met die simpele aanwijzingen begint mijn reis naar het zuiden van Frankrijk. Zinnen die plotseling een zen-achtige schoonheid krijgen.
Zo simpel is het, ja.
Soms wel tenminste.