Ruimte en tijd (2)

Hoe verder we kijken, hoe verder terug in de tijd we gaan, ja, maar we hoeven de blik niet op de hemel te richten om het verleden te zien. Hoe zei William Faulkner het ook al weer? The past is never dead. It’s not even past.

Daaraan herinnerde de film 45 Years me nog maar weer eens. Daarin valt vlak voor de viering van hun 45-jarig huwelijk bij een echtpaar een brief op de deurmat. Het lichaam van de vijftig jaar daarvoor in een gletsjerspleet gevallen vriendin van de echtgenoot blijkt te zijn gevonden. Door de opwarming van de aarde en het smelten van de gletsjers is het door het ijs geconserveerd en nog even jong als destijds aan de oppervlakte gekomen.

Terwijl de voorbereidingen voor het feest zo goed en zo kwaad als dat gaat doorgaan, legt dit nieuws iets in het huwelijk bloot. Maar wat precies? Dat wij de mensen, zelfs hen met wie wij ons leven delen, altijd slechts ten dele kennen? Dat er ruimten in de geest, ziel en herinnering van de ander zijn die voor ons afgesloten en onbereikbaar blijven? Dat wij op onze schouders de last moeten dragen van de ontelbare paden die ons leven in had kunnen slaan? Met alle spijt, pijn, wroeging en lijdzaamheid die daarbij hoort? Dat, kortom, het verleden nooit dood is and not even past?

Het is een prachtig motief in de film en literatuur, dat moment waarop dat inzicht in al zijn schoonheid en wreedheid tegelijk aan ons wordt geopenbaard. Inderdaad, zoals het aan het oppervlak komen van een lijk in het ijs.

We kenden het al uit bijvoorbeeld The Dead, de film van John Huston uit 1987, naar het gelijknamige verhaal van James Joyce. Waarin dit maal de echtgenote op het einde van verhaal en film haar man vertelt over de dood van een jeugdliefde van haar, waarna zich een zelfde kantelmoment voordoet en hij tot een gelijksoortig inzicht komt.

De wisseling van man en vrouw is niet de enige spiegeling in The Dead en 45 Years, Waar de geest uit het verleden bij Joyce en Huston pas op het allerlaatste moment zijn opwachting maakt, daar wordt de brief al in de eerste scène bij het echtpaar bezorgd. En dat is, naar mijn mening, ook meteen het enige zwakke punt van de film. Wij hebben als kijker niet de tijd gekregen om de man, gespeeld door Tom Courtenay, te leren kennen voor de brief hem, haar en hun relatie aan het wankelen bracht. Je zou ook kunnen zeggen dat de regisseur misschien iets te snel partij voor de echtgenote kiest. Een prachtige rol overigens van Charlotte Rampling, die (zou het toeval zijn?) na zoveel jaren zo maar opeens uit het ijs tevoorschijn gekomen lijkt te zijn.

Hoe luidt ook al weer die laatste regel uit het verhaal van Joyce? His soul swooned slowly as he heard the snow falling faintly through the universe and faintly falling, like the descent of their last end, upon all the living and the dead. Sneeuw en ijs. Waar de sneeuw bij de een het graf van de gestorven jeugdliefde toedekt, daar smelt het ijs bij de ander en legt zo het graf van de jeugdliefde bloot.

IJs en smeltwater. Zo zijn we toch weer bij Mars terecht gekomen.

Beeldrijm 9: Tativille

CESKY DAREK-1600

Een van mijn favoriete scènes uit de filmgeschiedenis zit aan het eind van Jacques Tati’s Les vacances de monsieur Hulot. Als na alles wat er is gebeurd bijna iedereen zich afkeert van de hoofdrolspeler, zit monsieur Hulot in zijn eentje op het strand. Een paar meter verderop speelt een groepje kinderen. Monsieur Hulot, Tati zelf, kijkt toe, pakt dan een handvol zand en gooit dat naar de kinderen. In een poging om met hen mee te doen, aansluiting te vinden, hun vriendschap te winnen. Zelden zo ontroerd door een paar seconden film.

In zijn volgende film, Mon oncle, zette Tati die kinderlijke onschuld tegenover een moderniteit die in zijn vorige film nog ontbrak. Het is een moderniteit die tot uiting komt in de steriliteit van het huis waar het neefje woont, de technische gadgets waar Hulot niet mee overweg kan, de kaalslag van oude stadswijken en het economisme van het leven.

In Playtime, die bijna tien jaar later zou verschijnen, lijkt die onschuld geheel verdwenen. De film toont ons een wereld vol bizarre techniek en kille architectuur. Een wereld vol mensenmassa’s, waarin iedereen druk bezig is met schijnbaar nutteloze handelingen en niemand meer oog voor en contact met de ander heeft.

Voor het creëren van deze wereld liet Tati in Joinville-le-Pont een complete, 16 vierkante kilometer grote stad bouwen. Inclusief vliegveld, snelweg, straten en flatgebouwen. Tativille werd de filmset genoemd. Er waren negentien maanden aan opnames, veertigduizend figuranten, speciaal ontwikkelde groothoeklenzen, extreem dure 70mm-breedbeeldfilm en twee jaar montage nodig om de film te maken. Toen Playtime uitkwam, was Tati failliet.

Later is Playtime wel Tati’s meesterwerk genoemd. Zo gaan die dingen. Ik weet niet of ik me daarin kan vinden. Playtime is geen comedy in de strikte zin van het woord. Het is een film zonder clou, zonder plot, zonder hoofdpersoon, ja zonder grap misschien zelfs wel. Het overstijgt niet alleen het genre, maar zelfs het medium. Het is geen film, het is een universum van absurdisme. Maar wat ik het meest mis, is die ontroering. Het kind uit zijn eerdere werk is verdwenen.

De wereld die Tati ons schetste, is niet de onze geworden. Gelukkig maar. Zoals altijd halen voorspellingen en extrapolaties, of zij nu utopisch of dystropisch zijn van aard, het niet bij de realiteit. Maar toch, denkt u eens in wat monsieur Hulot met een selfie stick had gedaan.

De foto zou daarom zomaar een still uit een van zijn films kunnen zijn. Het hoedje, het schortje, zijn gezichtsuitdrukking: de man op de voorgrond lijkt weggelopen uit een van Tati’s films. We zien hem thuiskomen, opgewacht door een rebbelende vrouw, bazig, boos, een uitbrander, hoon, zijn opgetrokken lip als stil protest als zij de kamer uit is, een troosteloze maaltijd, een helverlichte huiskamer, gefilmd vanaf de overkant van de straat.

Maar kijk ook naar het stelletje op de achtergrond, de achtergrond die bij Tati vaak belangrijker dan de voorgrond was. Kijk ze staan, poserend, met de selfie stick in de hand, hun tas een paar meter voor hen op de grond. Zie haar lach, haar hoofd op zijn schouder, haar hand onder zijn oksel door.

Wie gaan we volgen? De man of het stelletje? Tati zou beiden doen. Aanvankelijk meegaan met de een om de anderen later weer tegen te komen. Misschien overnacht het stelletje wel via Airbnb in een kamertje bij het echtpaar thuis.

Tativille is overal.

 

(Een Beeldrijm begint met een foto van Ray van Schaffelaar, waarop een tekst van mij reageert. Klik hier voor alle afleveringen in de reeks.)

Oscar

De Oscar voor de beste song had natuurlijk nooit gewonnen mogen worden door Adele. Niets ten nadele van deze zangeres, maar laten we wel zijn: Skyfall is een gedrocht, een niemendalletje met grootheidswaanzin. En dan wordt zelfs die prachtstem van Adele gratuit.
Nee, mijn winnaar is Other Lives. Niet dat hun Tamer Animals het afgelopen jaar in de bioscoopzaal te horen is geweest. Maar doe uw ogen dicht en de beeldsequenties zullen zich moeiteloos aaneen rijgen. Welke film ziet u?

Kolen en staal

Gisteravond naar The Iron Lady geweest. Terwijl ik in het donker op het beginnen van de film zat te wachten, kwam Agnes Jongerius de zaal binnen. Samen met een drietal andere dames. Ze namen plaats  op de rij achter mij. Was ik er door haar verschijning in het licht van de zaaldeur al bijna zeker van dat zij het was, haar karakteristieke stemgeluid schuin achter mij nam de laatste twijfel weg.
Ze zei niet veel, overigens. Minder dan de ietwat luidruchtige andere dames in ieder geval.
Ben benieuwd wat ze van de film vond. Vond er zelf niet veel aan.
Natuurlijk, Meryl Streep is indrukwekkend goed – maar indrukwekkend goed in wat eigenlijk? In het nadoen van Margaret Thatcher? O, zeker, daarvoor verdient zij, de stemcoach en de make-up afdeling alle lof. Maar volgens mij is het daar in het acteren of in het maken van een goede film niet om te doen.
Nee, waarin ik haar wel indrukwekkend vond, was het neerzetten van een oude vrouw die haar eerste, aarzelende schreden zet op het pad van de dementie. Dat was prachtig en ontroerend. Dat die oude vrouw Margaret Thatcher was, deed voor mij niet zo ter zake. Dat deel van de film, de biopic, liet mij koud en vond ik slecht gemaakt. Een haastige montage van een aantal belangrijke momenten in een leven, met een gemakzuchtig en oppervlakkig psychologisch sausje er als verklaring overheen.
En vooral de combinatie van de twee, de biopic en het portret van de oude vrouw, wilde maar geen film worden.
Ik had met alle plezier anderhalf uur naar Meryl Streep als oude vrouw gekeken. Geraakt, ontroerd en onder de indruk van hetgeen scenarist, regisseur en actrice mij voorschotelden.
En daar is het in een film wel om te doen.
Ben benieuwd hoe Agnes Jongerius daarover denkt.
Of zij voor vorm of inhoud kiest.

De schoonheid van imperfectie (2)

Nogmaals een voorbeeld. Ten bewijze van de schoonheid van imperfectie.
Imperfectie? Ja, imperfectie. Of de filmster teruggebracht tot een meisje.

monroe-2