Woordstress

woorden

Ik stuitte vanmorgen tussen de nieuwsberichten op het komkommerfeitje dat de gemiddelde woordenschat van een volwassene 42.000 woorden omvat. Met een spreiding van 27.000 tot 52.000 woorden. Het is moeilijk om je daar iets bij voor te stellen. Interessant vond ik echter de toevoeging dat wij allemaal van ons twintigste levensjaar tot ons zestigste elke twee dagen één nieuw woord erbij leren.

Dat is interessant.

Het zorgde wel meteen voor lichte stress, want ik geloof niet dat ik gisteren een nieuw woord ben tegengekomen. Dat betekent dat ik vandaag echt moet pieken. Nu heb ik de afgelopen dagen van onze sporters geleerd dat je daarvoor moet Focussen en in de Zone moet zitten. Maar ja, waar vind ik die.

Het meest verbazingwekkende element uit het bericht vind ik echter het feit dat het na je zestigste dus afgelopen is. Geen enkel nieuw woord komt er dan nog bij. Vol is vol. En niet vol ook.

Da’s toch wel merkwaardig, vindt u niet. Ook wel een beetje triestig.

Dat betekent dus dat ik op mijn leeftijd nog maar zo’n 1000 nieuwe woorden tegoed heb. En dat dit woordtegoed elke dag met een halve afneemt. Nu weet ik niet hoe de regels zijn als je een keer dagje overslaat. Is het dan beurt vergaan, of mag je jouw woordquotum de volgende dag nog inhalen?

Maar goed, ik moet vandaag dus een nieuw woord leren. Dit stukje telt er 288, maar die kende ik allemaal al. En die vier zelf bedachte, die tellen vast niet mee.

Daarom wend ik mij tot u, mijn lezers. Zou iemand van u mij, als in een soort crowdfunding, misschien een woord aan de hand kunnen doen?

Het liefst een paar, dan zit ik voor de komende week al vast goed.

Rust

Hoewel dit stukje over schrijven gaat, begin ik eerst met een zijstapje naar de muziek. Een rust is daar een teken dat wordt gebruikt om een stilte aan te geven. De zanger houdt zijn mond, de pianist haalt zijn handen van de toetsen, de violist zijn strijkstok van de snaren: de muziek houdt even de adem in. Om het einde van een frase of thema aan te geven, om een ritmisch accent aan te brengen, spanning te creëren of juist ontspanning. In het schrift kennen we diezelfde tekens ook. Niet zo geformaliseerd misschien als in de muzieknotatie, maar met dezelfde betekenissen en functies. Alleen zijn we ons daar maar matig van bewust.

Laat ik beginnen met die rust-tekens, met een korte of langere duur, op een rijtje te zetten. Hoewel wat discutabel, plaats ik toch de spatie als rust-teken met de kortste duur bovenaan de rij. Het volgende teken is de komma, dat een iets langer durende pauze aangeeft. Weinig gebruikt maar hier wel op zijn plaats is de puntkomma, die, de naam zegt het al, het midden houdt tussen de punt en de komma. Volgt nu dan automatisch de punt? Nee, een eigenwijs streepje heeft zich tussen de punt en de komma weten te dringen. Ik heb het dan niet over het koppel- of afbreekteken, het korte liggende streepje, maar over het gedachtestreepje, de langere variant, te gebruiken om een nieuwe, onverwachte gedachte binnen de zin te markeren. Daarna pas volgt de punt.

Maar hiermee is ons instrumentarium nog niet op. Wij beschikken nog over de nieuwe alinea, waarbij u na het beëindigen van een zin op de ene regel, de volgende zin op een nieuwe regel begint, al dan niet voorafgegaan door enkele posities in te springen. Hoewel dit tegenwoordig bijna automatisch gepaard gaat met het inlassen van een witregel, zeker online, zoals in dit stukje, hoeft dit niet. Het heeft ook wel degelijk een verschillend effect; ik zal u dat zo laten zien. De witregel krijgt bij mij dan ook een aparte vermelding, na de alinea en voor de nieuwe pagina, die op zijn beurt weer gevolgd wordt door het nieuwe hoofdstuk.

Hoewel ik dit onderwerp eerder al in mijn cursussen heb behandeld, kwam ik daar nu weer op door de laatste regels van mijn vorige blogpost Volgend jaar in Holysloot. Die luiden als volgt:

De zon brandt. Over de Nieuwe gouw gaat het, de Poppendammergouw, de Aandammergouw, Verwacht hier geen fantasie. Waterland is simpel.

Net als het leven. Soms.

Toen ik dit schreef, heb ik lang stilgestaan bij dit aspect: de keuze van het rustteken. Zowel die tussen de zinnetjes ‘Waterland is simpel’ en ‘Net als het leven’ als die tussen de zinnetjes ‘Net als het leven’ en ‘Soms’. Ik had hier de keus tussen de spatie, de komma, de punt, de nieuwe alinea en de witregel. Ik zal u laten zien wat het verschil is in effect.

  1. De zon brandt. Over de Nieuwe gouw gaat het, de Poppendammergouw, de Aandammergouw, Verwacht hier geen fantasie. Waterland is simpel, net als het leven soms.

2. De zon brandt. Over de Nieuwe gouw gaat het, de Poppendammergouw, de Aandammergouw, Verwacht hier geen fantasie. Waterland is simpel, net als het leven. Soms.

3. De zon brandt. Over de Nieuwe gouw gaat het, de Poppendammergouw, de Aandammergouw, Verwacht hier geen fantasie. Waterland is simpel. Net als het leven soms.

4. De zon brandt. Over de Nieuwe gouw gaat het, de Poppendammergouw, de Aandammergouw, Verwacht hier geen fantasie. Waterland is simpel. Net als het leven, soms.

5. De zon brandt. Over de Nieuwe gouw gaat het, de Poppendammergouw, de Aandammergouw, Verwacht hier geen fantasie. Waterland is simpel.
Net als het leven soms.

6. De zon brandt. Over de Nieuwe gouw gaat het, de Poppendammergouw, de Aandammergouw, Verwacht hier geen fantasie. Waterland is simpel.
Net als het leven, soms.

7. De zon brandt. Over de Nieuwe gouw gaat het, de Poppendammergouw, de Aandammergouw, Verwacht hier geen fantasie. Waterland is simpel.
Net als het leven. Soms.

8. De zon brandt. Over de Nieuwe gouw gaat het, de Poppendammergouw, de Aandammergouw, Verwacht hier geen fantasie. Waterland is simpel net als het leven.
Soms.

9. De zon brandt. Over de Nieuwe gouw gaat het, de Poppendammergouw, de Aandammergouw, Verwacht hier geen fantasie. Waterland is simpel, net als het leven.
Soms.

10. De zon brandt. Over de Nieuwe gouw gaat het, de Poppendammergouw, de Aandammergouw, Verwacht hier geen fantasie. Waterland is simpel. Net als het leven.
Soms.

11. De zon brandt. Over de Nieuwe gouw gaat het, de Poppendammergouw, de Aandammergouw, Verwacht hier geen fantasie. Waterland is simpel.

Net als het leven soms.

12. De zon brandt. Over de Nieuwe gouw gaat het, de Poppendammergouw, de Aandammergouw, Verwacht hier geen fantasie. Waterland is simpel.

Net als het leven, soms.

13. De zon brandt. Over de Nieuwe gouw gaat het, de Poppendammergouw, de Aandammergouw, Verwacht hier geen fantasie. Waterland is simpel.

Net als het leven. Soms.

14. De zon brandt. Over de Nieuwe gouw gaat het, de Poppendammergouw, de Aandammergouw, Verwacht hier geen fantasie. Waterland is simpel.

Net als het leven.
Soms.

15. De zon brandt. Over de Nieuwe gouw gaat het, de Poppendammergouw, de Aandammergouw, Verwacht hier geen fantasie. Waterland is simpel.

Net als het leven.

Soms.

16. De zon brandt. Over de Nieuwe gouw gaat het, de Poppendammergouw, de Aandammergouw, Verwacht hier geen fantasie. Waterland is simpel.
Net als het leven.
Soms.

Ik geef toe dat ik ze bij het schrijven niet alle zestien (misschien vergeet ik er hierboven nog wel een paar) zo op een rijtje heb gezet en heb uitgeprobeerd, maar een aantal wel. Uiteindelijk viel mijn keus op nummer 13. Omdat die precies de juiste pauze tussen het eerste en het tweede zinnetje en tussen het tweede en het derde zinnetje gaf. De juiste pauze en het juiste effect. De juiste rust. Stilte. Waarin u kunt lezen wat er niet geschreven staat. Maar wel aanwezig is.

En is dat niet prachtig? Dat je iets kunt zeggen door je mond te houden? Betekenis te geven door stil te zijn?

Ik vind van wel.

Overigens ben ik benieuwd of u wellicht voor een andere optie had gekozen. Ik hoor het graag.

Misschien wel de leukste blogpost van mijn leven

Reageren op de zin en onzin van reclame, en dan met name van reclametaal, is een tamelijk vermoeiende en nutteloze bezigheid. Maar soms kun je er eenvoudigweg niet omheen.

De laatste tijd hoor ik op de radio regelmatig een spotje van NIBC langskomen. Wat dat is, NIBC? Een bank. Een ondernemende bank voor ondernemende mensen, aldus hun website. Dit is ook de toon die in de reclamecampagne aangeslagen wordt, een campagne die de naam THINK YES draagt, wat in kapitalen geschreven dient te worden.

De tekst van het spotje luidt als volgt:
“Er is een bank voor optimisten, doorzetters en vooruitkijkers. Die geen nee accepteren. Zien wat niemand zag. Realiseren wat niemand voor mogelijk hield. Omdat zij geloven in zichzelf en hun ideeën. En dat het kan. Wij zijn er voor mensen die op beslissende momenten doorpakken. Die weten dat YES misschien wel het krachtigste woord op aarde is.

Het eerste waar ik aan blijf hangen, is dat zinnetje En dat het kan. Dat is een merkwaardig zinnetje, vindt u niet? Daar had iemand toch op zijn minst met een rood potlood een vraagtekentje bij moeten zetten. Dat wat kan? Wat wordt er met  ‘het’ bedoeld? Dat is niet echt duidelijk. Maar misschien wordt er ook wel niet iets specifieks bedoeld. Moeten we het meer in zijn algemeenheid opvatten. Dat HET kan. Kijk, als je het met hoofdletters schrijft wordt het al een stuk overtuigender.

Datzelfde is ook met het woordje YES gedaan, wat dus misschien wel het krachtigste woord op aarde is. Maar ik ben bang dat hier zelfs het schrijven in hoofdletters niet helpt. Afgezien van de inhoudelijke nonsens (Hoezo krachtigste woord op aarde?), krijgt de boodschap van NIBC door dit YES eerlijk gezegd iets sneus.

Ik weet wel dat het woordje met gebalde vuist uitgesproken moet worden, door al die optimisten, doorzetters en vooruitkijkers. Om anderen mee te krijgen op een van die beslissende momenten. Of om te vieren dat zij gerealiseerd hebben wat niemand voor mogelijk hield. Om te laten zien dat het kan.

Maar het maakt van die ondernemer van NIBC in een klap een beetje zielig figuur. Een patjepeeër, maar dan een die gedoemd is te mislukken – en ik kan me niet voorstellen dat er een ondernemer is die daarmee geassocieerd wil worden. En dan lijken die doorzetters en vooruitkijkers plotseling heel erg veel op wat mijn moeder altijd omschreef met Twaalf ambachten dertien ongelukken. Maar dan in een pak.

En dan is er nog dat fascinerende woordje ‘misschien’. We kennen het natuurlijk van het dagblad Trouw dat zich misschien wel de beste krant van Nederland vindt. Waar het in de Trouw reclame de boodschap iets van oprechtheid en nuance moet meegeven, iets betrouwbaars, bedachtzaams en beschouwends, daar raakt het bij de NIBC campagne natuurlijk kant noch wal. Een rare bokkensprong om een Tsjakka-roeper salonfähig te maken. Zoals een voetballer soms een bril opzet om intelligenter te lijken.

Maar echt helpen doet het allemaal niet. Het spotje moddert maar aan en wekt voornamelijk op de lachspieren. Ook al hebben ze het zelf over ‘Een campagne die zichzelf bewezen heeft en die onze mentaliteit de afgelopen jaren overtuigend heeft neergezet. Een mentaliteit die in onze genen verankerd is, die ons onderscheidt in de markt.’ Je gaat het vanzelf met opgezwollen stemgeluid voorlezen, dit soort teksten.

Overigens zet het wel aan tot voortborduren. Er schoten me zo al een paar te binnen:

Die weten dat Frank Lammers misschien wel de irritantste acteur van Nederland is.
Die weten dat dit Ajax misschien wel het slechtste van de laatste dertig jaar is.
Die weten dat Donald Trump misschien wel de engste Amerikaan op aarde is.

Allemaal waar.
En dan hoef je het niet eens in hoofdletters te schrijven.

Beeldrijm 7: De kunst van het verdwijnen

DSCF9070_pe-1600

Stilte. Een vacuüm waaruit elk geluid is verdwenen. Zelfs de zee, ja zelfs de zee, houdt de adem in.

Zwijgen is des schrijvers droom. En nachtmerrie.

Soms ben ik de woorden moe en zou ik het liefst verdwijnen. Maar zonder tekst geen schrijver. Hij bestaat alleen in taal.

En dan komen de eerste regendruppels. Aangerend over het strand.

O, er soms eens niet te zijn. Voor even maar. Niet denken, niet reflecteren, zwijgen. Geen woorden, geen distantie, geen taal.

De kunst van het verdwijnen. Slechts nu en de natuur. Om woordeloos te ondergaan.

Maar dan toch weer dat beeld. Van onzichtbare kindervoetjes. Roffelend over het zand.

(Een Beeldrijm begint met een foto van Ray van Schaffelaar, waarop een tekst van mij reageert. Klik hier voor alle afleveringen in de reeks.)

Des Snoeks

Zondag wordt The Passion nog eens overgedaan. Als op de Vlaamse heuvels de Lijdensweg nogmaals wordt uitgevoerd. Met de Muur van Geraardsbergen als hedendaags Golgotha.

Tenzij er hier in huis zwaarwegende bezwaren zijn, zal ik ook deze 99e editie van de Ronde van Vlaanderen voor de tv meebeleven. Maar ik denk niet dat ik daarbij op de NOS zal afstemmen. Ik zie namelijk nogal op tegen het luisteren naar Herbert Dijkstra en Maarten Ducrot. Dat zit hem met name in het feit dat vooral Herbert Dijkstra de koning is van het gebruik van de zegswijze ‘het is niet des…’, waar op de plaats van de puntjes de genitief van een eigennaam wordt ingevuld. Zoals in ‘Het is niet des Snoeks om kritiek te leveren op iemands taalgebruik’. Maar er zijn grenzen.

Waarom is het zo pijnlijk om dit aan te horen? Niet omdat het foutief is, met fouten heb ik niet zo heel veel moeite. Nee, het is een pijnlijk soort hypercorrectie en gewichtigdoenerij ineen. Flauwekul. Gebeuzel, Larie. En een verschijnsel dat je vooral bij sportcommentatoren en -journalisten ziet. Jack van Gelder is er ook een meester in.

Googelt u maar eens en u zult voorbeelden tegenkomen als ‘het is niet des Hiddinks’, ‘des Oranjes’, ‘des Ajax’, ‘des Feyenoords’, ‘des Ruttens’, ‘des Kramers’, ‘des Twentes’. En hier en daar een ‘het is niet des Bentley’s’ (Autoblog.nl). Of een ‘dat is niet des Europees denken’ (Boerderij.nl).

Terwijl er toch zulke voor de hand liggende alternatieven zijn. Zoals ‘het is niets voor Hiddink’ of ‘dat past niet bij Feyenoord’.

Het is een beetje flauw om te zeggen dat het een pijnlijke poging is van sportjournalisten om hun beroep cachet te geven. Geboren uit de wens voor vol te worden aangezien. Maar het is wel zo.

En hoewel het niet des Snoeks is om uit de bijbel te citeren, wil ik dat bij wijze van uitzondering hier toch doen. ‘Als gij dan bijeen samenkomt, dat is niet des Heeren avondmaal eten.’ Goed. Het is gezegd. En niet onopgemerkt gebleven. Laten wij daarmee de uitdrukking ten grave dragen.