Zondagsrust

Het waaide buiten. En soms regende het.
Vrouwlief deed mee aan de Tuinvogeltelling.
‘En?’ vroeg ik na een half uur.
‘Eén merel,’ zei ze.
Ik keek naar buiten.
‘Probeer het nog eens,’ zei ik.
‘En nu?’ vroeg ik na een tweede half uur.
‘Weer één merel.’
Ik keek naar buiten. Het waaide.
En soms regende het.

Zondagsrust

Gisteren in de weldadige zon met vrouw een wandelingetje gemaakt. ‘Boerenlandwandeling’ stond er op de groene bordjes en dat was niets te veel gezegd.
Niets te weinig evenmin.
Door weilanden, langs sloten, knotwilgen, een handvol boerderijen en één dorpje: Nieuwer ter Aa.
Ik kende het tot gistermiddag niet. Tenminste, dat dacht ik. Tot ik vandaag op internet las dat dit najaar het veerpontje Nieuwer ter Aa – Breukelen door een Duits vrachtschip is overvaren. Toen herinnerde ik me het weer.
Nieuwer ter Aa zelf zal ik nu niet snel meer vergeten. Zelden een dorpje er zo vergeten bij zien liggen. Als aan het eind van een doodlopend straatje. Terwijl de Aa er nog zo lekker quasi belangrijk doorheen meandert.
Als een herinnering aan lang vervlogen tijden die misschien alleen de kerk zich nog herinnert.
We liepen er naar toe door een knotwilglaantje dat naar de aan de rand van het dorpje gelegen begraafplaats voerde. Daarna het dorpje zelf: Julianalaan, Wilhelminastraat, Kerklaan, Dorpsstraat. Er liepen kindertjes met schriftjes over straat. ‘Zondagsschool,’ wist vrouwlief, die daar beter in thuis is dan ik. Er stonden een paar huizen te koop die mij de rest van de wandeling deden mijmeren over een mogelijk en ander leven.
Tot wij op weg naar de auto in het laatste stukje weiland drie hazen voor ons uit zagen rennen en met speels gemak en inspanningsloos over een sloot zagen springen. Ze hingen in de lucht, zwevend, met een hangtime waar Michael Jordan jaloers op zou zijn.
Beschenen door een Zon, rechtvaardig in al Zijn wegen, goedertieren in al Zijn werken.

 

Schepijs

Winter in Nederland: schaatsen op tv. Ik maak een wandeling bij mij achter door de Middelpolder. Zon, wind, een restje vorst. Vogels kruipen bij elkaar. Hier de meeuwen, daar de waterhoenders, op een ander perceel de ganzen, zelfs de eenden en smienten zitten niet bij elkaar.
Segregatie in de natuur.
Hier en daar ligt nog een dun laagje ijs op de vaart. Alsof je er met een lepel zo een mooie krul vanaf kan scheppen. De zon zakt langzaam achter de bomen. De wind voert hockeygeluiden mee: een stick, een bal tegen de plank, een kreet.
Dat, en het beeld van blozende wangen.
En een meisjesdij met kippenvel.