Beeldrijm 15: Der Tod und das Mädchen

LOST IN AMSTERDAM 138-1600

Te mooi om waar te zijn. Die donkere mars naar het graf aan linkerzijde en het in licht getekende meisje daarnaast. En toch waar. Of niet?

Het is een vreemde relatie, die tussen feit en fictie. Zoals zovelen dacht ook ik ooit dat ik door te schrijven het verleden kon fixeren. Een monumentje kon oprichten. Het verleden kon bewaren, behoeden voor vergankelijkheid. Het tegendeel is waar. Het is ontegenzeggelijk waar dat fictie er beter uitziet als we het begiftigen met een ziel. De adem der levenden inblazen. Maar de keerzijde hiervan is dat wij het feit, de werkelijkheid, daarmee het leven ontnemen. De arme ziel. Met een bloedeloos wit gelaat ligt zij, de levende, de herinnering, in onze armen, de armen van een moordenaar.

De stoet der rouwenden aan linkerzijde. Het licht dat over haar wangen streelt.

Het is een veelvoorkomend thema in mythes en verhalen: de een doden om de ander tot leven te wekken. Het is een gevaarlijk wapen, de pen. Een moordwapen waarmee wij dat om het leven brengen wat ons het liefste is. Some do it with a bitter look. Some with a flattering word. The coward does it with a kiss.

Soms is de werkelijkheid te mooi om waar te laten zijn. De verleiding te groot om de pen te laten waar hij is. Maar gelooft u mij. Door van feit fictie te maken, sterft de herinnering. Als er al sprake van een monumentje is, dan heb ik van vlees en bloed steen gemaakt.

Alles wat ik heb geschreven ben ik kwijt.

 

(Een Beeldrijm begint met een foto van Ray van Schaffelaar, waarop een tekst van mij reageert. Klik hier voor alle afleveringen in de reeks.)

Rust

Hoewel dit stukje over schrijven gaat, begin ik eerst met een zijstapje naar de muziek. Een rust is daar een teken dat wordt gebruikt om een stilte aan te geven. De zanger houdt zijn mond, de pianist haalt zijn handen van de toetsen, de violist zijn strijkstok van de snaren: de muziek houdt even de adem in. Om het einde van een frase of thema aan te geven, om een ritmisch accent aan te brengen, spanning te creëren of juist ontspanning. In het schrift kennen we diezelfde tekens ook. Niet zo geformaliseerd misschien als in de muzieknotatie, maar met dezelfde betekenissen en functies. Alleen zijn we ons daar maar matig van bewust.

Laat ik beginnen met die rust-tekens, met een korte of langere duur, op een rijtje te zetten. Hoewel wat discutabel, plaats ik toch de spatie als rust-teken met de kortste duur bovenaan de rij. Het volgende teken is de komma, dat een iets langer durende pauze aangeeft. Weinig gebruikt maar hier wel op zijn plaats is de puntkomma, die, de naam zegt het al, het midden houdt tussen de punt en de komma. Volgt nu dan automatisch de punt? Nee, een eigenwijs streepje heeft zich tussen de punt en de komma weten te dringen. Ik heb het dan niet over het koppel- of afbreekteken, het korte liggende streepje, maar over het gedachtestreepje, de langere variant, te gebruiken om een nieuwe, onverwachte gedachte binnen de zin te markeren. Daarna pas volgt de punt.

Maar hiermee is ons instrumentarium nog niet op. Wij beschikken nog over de nieuwe alinea, waarbij u na het beëindigen van een zin op de ene regel, de volgende zin op een nieuwe regel begint, al dan niet voorafgegaan door enkele posities in te springen. Hoewel dit tegenwoordig bijna automatisch gepaard gaat met het inlassen van een witregel, zeker online, zoals in dit stukje, hoeft dit niet. Het heeft ook wel degelijk een verschillend effect; ik zal u dat zo laten zien. De witregel krijgt bij mij dan ook een aparte vermelding, na de alinea en voor de nieuwe pagina, die op zijn beurt weer gevolgd wordt door het nieuwe hoofdstuk.

Hoewel ik dit onderwerp eerder al in mijn cursussen heb behandeld, kwam ik daar nu weer op door de laatste regels van mijn vorige blogpost Volgend jaar in Holysloot. Die luiden als volgt:

De zon brandt. Over de Nieuwe gouw gaat het, de Poppendammergouw, de Aandammergouw, Verwacht hier geen fantasie. Waterland is simpel.

Net als het leven. Soms.

Toen ik dit schreef, heb ik lang stilgestaan bij dit aspect: de keuze van het rustteken. Zowel die tussen de zinnetjes ‘Waterland is simpel’ en ‘Net als het leven’ als die tussen de zinnetjes ‘Net als het leven’ en ‘Soms’. Ik had hier de keus tussen de spatie, de komma, de punt, de nieuwe alinea en de witregel. Ik zal u laten zien wat het verschil is in effect.

  1. De zon brandt. Over de Nieuwe gouw gaat het, de Poppendammergouw, de Aandammergouw, Verwacht hier geen fantasie. Waterland is simpel, net als het leven soms.

2. De zon brandt. Over de Nieuwe gouw gaat het, de Poppendammergouw, de Aandammergouw, Verwacht hier geen fantasie. Waterland is simpel, net als het leven. Soms.

3. De zon brandt. Over de Nieuwe gouw gaat het, de Poppendammergouw, de Aandammergouw, Verwacht hier geen fantasie. Waterland is simpel. Net als het leven soms.

4. De zon brandt. Over de Nieuwe gouw gaat het, de Poppendammergouw, de Aandammergouw, Verwacht hier geen fantasie. Waterland is simpel. Net als het leven, soms.

5. De zon brandt. Over de Nieuwe gouw gaat het, de Poppendammergouw, de Aandammergouw, Verwacht hier geen fantasie. Waterland is simpel.
Net als het leven soms.

6. De zon brandt. Over de Nieuwe gouw gaat het, de Poppendammergouw, de Aandammergouw, Verwacht hier geen fantasie. Waterland is simpel.
Net als het leven, soms.

7. De zon brandt. Over de Nieuwe gouw gaat het, de Poppendammergouw, de Aandammergouw, Verwacht hier geen fantasie. Waterland is simpel.
Net als het leven. Soms.

8. De zon brandt. Over de Nieuwe gouw gaat het, de Poppendammergouw, de Aandammergouw, Verwacht hier geen fantasie. Waterland is simpel net als het leven.
Soms.

9. De zon brandt. Over de Nieuwe gouw gaat het, de Poppendammergouw, de Aandammergouw, Verwacht hier geen fantasie. Waterland is simpel, net als het leven.
Soms.

10. De zon brandt. Over de Nieuwe gouw gaat het, de Poppendammergouw, de Aandammergouw, Verwacht hier geen fantasie. Waterland is simpel. Net als het leven.
Soms.

11. De zon brandt. Over de Nieuwe gouw gaat het, de Poppendammergouw, de Aandammergouw, Verwacht hier geen fantasie. Waterland is simpel.

Net als het leven soms.

12. De zon brandt. Over de Nieuwe gouw gaat het, de Poppendammergouw, de Aandammergouw, Verwacht hier geen fantasie. Waterland is simpel.

Net als het leven, soms.

13. De zon brandt. Over de Nieuwe gouw gaat het, de Poppendammergouw, de Aandammergouw, Verwacht hier geen fantasie. Waterland is simpel.

Net als het leven. Soms.

14. De zon brandt. Over de Nieuwe gouw gaat het, de Poppendammergouw, de Aandammergouw, Verwacht hier geen fantasie. Waterland is simpel.

Net als het leven.
Soms.

15. De zon brandt. Over de Nieuwe gouw gaat het, de Poppendammergouw, de Aandammergouw, Verwacht hier geen fantasie. Waterland is simpel.

Net als het leven.

Soms.

16. De zon brandt. Over de Nieuwe gouw gaat het, de Poppendammergouw, de Aandammergouw, Verwacht hier geen fantasie. Waterland is simpel.
Net als het leven.
Soms.

Ik geef toe dat ik ze bij het schrijven niet alle zestien (misschien vergeet ik er hierboven nog wel een paar) zo op een rijtje heb gezet en heb uitgeprobeerd, maar een aantal wel. Uiteindelijk viel mijn keus op nummer 13. Omdat die precies de juiste pauze tussen het eerste en het tweede zinnetje en tussen het tweede en het derde zinnetje gaf. De juiste pauze en het juiste effect. De juiste rust. Stilte. Waarin u kunt lezen wat er niet geschreven staat. Maar wel aanwezig is.

En is dat niet prachtig? Dat je iets kunt zeggen door je mond te houden? Betekenis te geven door stil te zijn?

Ik vind van wel.

Overigens ben ik benieuwd of u wellicht voor een andere optie had gekozen. Ik hoor het graag.

Beeldrijm 7: De kunst van het verdwijnen

DSCF9070_pe-1600

Stilte. Een vacuüm waaruit elk geluid is verdwenen. Zelfs de zee, ja zelfs de zee, houdt de adem in.

Zwijgen is des schrijvers droom. En nachtmerrie.

Soms ben ik de woorden moe en zou ik het liefst verdwijnen. Maar zonder tekst geen schrijver. Hij bestaat alleen in taal.

En dan komen de eerste regendruppels. Aangerend over het strand.

O, er soms eens niet te zijn. Voor even maar. Niet denken, niet reflecteren, zwijgen. Geen woorden, geen distantie, geen taal.

De kunst van het verdwijnen. Slechts nu en de natuur. Om woordeloos te ondergaan.

Maar dan toch weer dat beeld. Van onzichtbare kindervoetjes. Roffelend over het zand.

(Een Beeldrijm begint met een foto van Ray van Schaffelaar, waarop een tekst van mij reageert. Klik hier voor alle afleveringen in de reeks.)

Post scriptum

Het bericht dat ik hier vorige week onder de titel Ceci n’est pas la réalité plaatste, heeft een staartje gekregen. Een onverwacht staartje. Een raadselachtig staartje zelfs, als zoiets bestaat.

MUSHROOM_cropIk schreef daarin over de foto die mijn goede vriend en fotograaf Ray had gemaakt en wees de lezer op de weerspiegeling van zijn silhouet in het winkelraam. ‘We zien hem in actie,’ schreef ik, ‘door de knieën, het lichaam gebogen, de spieren gespannen, klaar om toe te slaan. Een schim, een schaduw, een gemaskerde bandiet.’

Meteen na publicatie kreeg ik een mailtje van Ray: ‘Ik zie ook een fotograaf, alleen ben ik dat niet. Ik sta nooit zo te fotograferen, ik fotografeer vanuit de heup, als met een schachtzoeker camera.’

‘Maar wie is de mysterieuze fotograaf dan van wie we de weerspiegeling zien?’ vroeg ik. Zijn antwoord liet niet lang op zich wachten. ‘Dat is het hem nu juist: er was geen winkelruit. Het was een open winkelpui.’

Als het niet het silhouet van een fotograaf is wat wij zien, wat is het dan wel? Gezichtsbedrog? Een speling van licht, schaduw en uitgestalde goederen? Het is bijna niet voor te stellen, maar tenzij u in bovennatuurlijke verschijnselen gelooft, stel ik voor om dit als verklaring te accepteren.

Over mijn eigen rol als schrijver schreef ik in hetzelfde stukje: ‘De schrijver daarentegen is een leugenaar, een bedrieger. (…) Hij tovert ze iets voor dat op de werkelijkheid lijkt, maar het niet is.’

De bedrieger bedrogen. Ceci n’est pas la réalité, nee, dit is niet de werkelijkheid. Dit is de werkelijkheid die de schrijver ertussen neemt. En met hem de lezer en toeschouwer.

‘Wees gewaarschuwd,’ zo besloot ik vorige week mijn stukje. Die waarschuwing blijft onverminderd van kracht.

Beeldrijm 4: Ceci n’est pas la réalité

MUSHROOM

Hoeveel mensen staan er op deze foto? Pas op, zeg niet te snel twee. Behalve de twee vrouwen in regenponcho zijn dat er namelijk nog twee. Allereerst is er een derde vrouw, die grotendeels schuil gaat achter de linker poncho. We zien een stukje van haar jas, die lang is en doorgestikt, een licht geheven arm en een hand waarin zij een ingevouwen paraplu houdt, die zij zojuist in de winkel heeft gekocht of nog gaat kopen.

De vierde persoon is de fotograaf zelf, wiens silhouet weerspiegeld wordt in de winkelruit. We zien hem in actie, door de knieën, het lichaam gebogen, de spieren gespannen, klaar om toe te slaan. Een schim, een schaduw, een gemaskerde bandiet. De fotograaf is een dief, ja, en we zien hem hier toeslaan. In een flits. Een fractie van een seconde. Hij legt aan, drukt af. Knip. Gotcha!

De fotograaf ontvreemdt een beeld. Steelt het van de werkelijkheid, van de mensen die op zijn foto’s staan. Waar er eerst nog twee vrouwen waren, zijn het er nu vier. Twee ervan lopen door, naar huis, hotel, op weg naar droge kleren. Stappen op een vliegtuig en vliegen terug naar waar ze vandaan komen, Frankrijk, Italië, Spanje, of nog verder weg. De andere twee blijven achter, hier, in Nederland, in Amsterdam. In handen van de fotograaf. Gevangen in zijn camera, in pixels, in stukjes informatie die hun weg vinden van de ene pc naar de andere.

De schrijver daarentegen is een leugenaar. Wat hij ook schrijft, fictie of non-fictie, hij is een leugenaar, een bedrieger. Hij speldt de lezer iets op de mouw. Voert een toneelstukje op. Tovert ze iets voor dat op de werkelijkheid lijkt, maar het niet is. Het zijn slechts woorden. Op papier. Hij verstrikt de argeloze lezer in de draden die hij spint. Draden die van goud mogen lijken, maar het niet zijn. Grootmoeder, wat hebt u mooie woorden! Dat is om je in te palmen, kind.

Wees gewaarschuwd. Ceci n’est pas la réalité.

Beeldrijm 4. Oftewel, de firma List en Bedrog.

 

(Een Beeldrijm begint met een foto van Ray van Schaffelaar, waarop een tekst van mij reageert. Zie ook de vorige afleveringen in de reeks.)