Beeldrijm 7: De kunst van het verdwijnen

DSCF9070_pe-1600

Stilte. Een vacuüm waaruit elk geluid is verdwenen. Zelfs de zee, ja zelfs de zee, houdt de adem in.

Zwijgen is des schrijvers droom. En nachtmerrie.

Soms ben ik de woorden moe en zou ik het liefst verdwijnen. Maar zonder tekst geen schrijver. Hij bestaat alleen in taal.

En dan komen de eerste regendruppels. Aangerend over het strand.

O, er soms eens niet te zijn. Voor even maar. Niet denken, niet reflecteren, zwijgen. Geen woorden, geen distantie, geen taal.

De kunst van het verdwijnen. Slechts nu en de natuur. Om woordeloos te ondergaan.

Maar dan toch weer dat beeld. Van onzichtbare kindervoetjes. Roffelend over het zand.

(Een Beeldrijm begint met een foto van Ray van Schaffelaar, waarop een tekst van mij reageert. Klik hier voor alle afleveringen in de reeks.)

A rose is a rose is a rose

Ik hoorde het woord voor de eerste keer – wanneer was het, vrijdagavond, zaterdagochtend? Motsneeuw. Wist niet dat het bestond. Wist wel wat ik mij erbij moest voorstellen. Vroeg me af of ik het lelijk vond of toch juist mooi. Het woord dan. Niet het weer. De korte, botte klank van het eerste deel en de zachte verzuchting die het tweede is, gaan een vreemde combinatie aan. Of eigenlijk geen. Ze binden niet. Fascinerend woord, vond ik, en ik wilde er iets over schrijven.
Tot ik vandaag een tweede woord zag dat eveneens nieuw voor mij was. Maar van dit woord weet ik zeker dat het, in tegenstelling tot motsneeuw, ook werkelijk nieuw is. Dit woord is mooi, mysterieus mooi, dadaïstisch mooi. Paul van Ostaijen, Boem Paukeslag. Pure poëzie. Een woord dat rollebollend van je tong af rolt. Het duin af, zo het strand op, zomerdag en kindertijd: witte jurk en strooien hoed. Mooi. Het woord dan.
Ook bij dit woord wist ik direct wat ik mij erbij voor moest stellen. Heeft u zich wel eens afgevraagd hoe hard 140km per uur nu eigenlijk is? Rodeldode. Sinds vrijdag weten we het.