Beeldrijm 15: Der Tod und das Mädchen

LOST IN AMSTERDAM 138-1600

Te mooi om waar te zijn. Die donkere mars naar het graf aan linkerzijde en het in licht getekende meisje daarnaast. En toch waar. Of niet?

Het is een vreemde relatie, die tussen feit en fictie. Zoals zovelen dacht ook ik ooit dat ik door te schrijven het verleden kon fixeren. Een monumentje kon oprichten. Het verleden kon bewaren, behoeden voor vergankelijkheid. Het tegendeel is waar. Het is ontegenzeggelijk waar dat fictie er beter uitziet als we het begiftigen met een ziel. De adem der levenden inblazen. Maar de keerzijde hiervan is dat wij het feit, de werkelijkheid, daarmee het leven ontnemen. De arme ziel. Met een bloedeloos wit gelaat ligt zij, de levende, de herinnering, in onze armen, de armen van een moordenaar.

De stoet der rouwenden aan linkerzijde. Het licht dat over haar wangen streelt.

Het is een veelvoorkomend thema in mythes en verhalen: de een doden om de ander tot leven te wekken. Het is een gevaarlijk wapen, de pen. Een moordwapen waarmee wij dat om het leven brengen wat ons het liefste is. Some do it with a bitter look. Some with a flattering word. The coward does it with a kiss.

Soms is de werkelijkheid te mooi om waar te laten zijn. De verleiding te groot om de pen te laten waar hij is. Maar gelooft u mij. Door van feit fictie te maken, sterft de herinnering. Als er al sprake van een monumentje is, dan heb ik van vlees en bloed steen gemaakt.

Alles wat ik heb geschreven ben ik kwijt.

 

(Een Beeldrijm begint met een foto van Ray van Schaffelaar, waarop een tekst van mij reageert. Klik hier voor alle afleveringen in de reeks.)

Lezen en vergeten

Ik lees 25 boeken per jaar. Dat is geen stelregel of voornemen, maar het gemiddelde waar ik na jaren van bijhouden op uitkom. Is dat veel? Het is ongetwijfeld meer dan de meesten, maar minder dan ik zou willen. Het is soms leuk om die lijstjes door mijn vingers te laten gaan. Wat las ik in 2002? En in 2005? Vroeger noteerde ik niet alleen wat ik las, maar ook wat ik ervan vond. Zo lees ik dat er wat mij betreft flink gesneden had mogen worden in het geneuzel van de hoofdpersonen in Richard Yates’ Revolutionary Road. Daar kan ik me nog wel iets van herinneren, ja. En And when did you last see your father? van Blake Morrison vond ik vooral sentimenteel. ‘En die citaten hadden er natuurlijk uit gemoeten,’ zo besluit ik mijn notitie. Welke citaten waren dat? Ik pak het boek uit de kast en sla het erop na. Die uit de gedichten, denk ik. Wat herinner ik me nog maar weinig van het boek. En van al die andere in mijn kast. Ik lees er 25 per jaar, maar hoeveel vergeet ik er in diezelfde periode weer?