Van courgettes en citroenen

Ik ben niet goed in afscheid nemen. Elke vakantie kost me dat moeite en de ene vakantie nog meer dan de andere. Ook deze keer weer, op de laatste ochtend van onze vakantie in Cinque Terre, eerder deze maand. We hadden de laatste keer ontbeten in de tuin van onze B&B in La Spezia en onze koffers stonden klaar. We waren al een tijdje bezig afscheid te nemen. Afscheid van de prachtige streek, de dorpjes, waarvan de pastelkleurig huisjes als uit een blokkendoos van de rotsen naar beneden lijken te zijn gerold om daar aan de voet, half in het water en half op het land, te zijn blijven liggen. Afscheid van de zon, de heuvels, de terrasvormige hellingen vol wijngaarden, olijfbomen, citrusvruchten, bougainville en oleander. En afscheid van de vrouw die ons ontbijt verzorgde, Nadia. Bij vertrek omhelsde ze ons hartstochtelijk en gaf  ons een plastic tasje mee met courgettes uit eigen tuin. Ik kreeg een brok in mijn keel en er schoot  een naam door mijn hoofd: Amalfi.

Wij waren daar in die kuststreek onder Napels in de zomer van 2009. We verbleven in een piepklein dorpje dat de naam Pogerola droeg en dat, als een zadel op de rug van een paard, meer dan driehonderd meter hoog op een bergkam boven Amalfi lag. Het was een fijne, dierbare vakantie, een van de mooiste die we met z’n drieën ooit hebben beleefd. Op de avond voor onze terugreis gingen wij nog een laatste keer naar het pleintje bij de kerk. Het was er druk, het hele dorp leek uitgelopen, wat mede veroorzaakt werd door een processie rond de top van de berg, met de pastoor voorop die het Ave Maria door een megafoon de zomeravondhemel in riep.

We namen plaats op het terras van de Cocktail Bar, een veel te swingende naam voor het stoffige, maar sympathieke terras waar we vaker een drankje of een ijsje namen. We bestelden twee koffie en een Tropical Sea voor onze zoon, een cocktail zonder alcohol, waarvoor de oude barman zijn bril moest opzetten om te kunnen lezen hoe hij dat ook weer moest maken.

We namen nog een ijsje en een granita en probeerden het moment van weggaan zo lang mogelijk uit te stellen. Toen ik tenslotte toch ging afrekenen vroeg onze zoon mij hoe hij in het Italiaans moest zeggen dat het ijsje hier veel lekkerder was dan in Amalfi. Ik zei het hem voor en hij reproduceerde de zin, de schat, wat hem een uitgelaten reactie van de oude barman opleverde. Ik legde hem uit dat wij morgen zouden vertrekken en dat het naderende afscheid ons verdriet deed. Hij kwam achter zijn toog vandaan, schudde mij de hand en vroeg of wij van citroenen hielden. Ik antwoordde bevestigend, waarop hij zich excuseerde en via een trap in zijn kelder verdween. Het duurde even voordat hij daar weer uit te voorschijn kwam, met een plastic tasje in zijn hand. Hij bedankte ons voor ons verblijf in Pogerola en onze bezoekjes aan de Cocktail Bar, wenste ons een goede terugreis en drukte mij het plastic tasje in de hand. Er lagen vijf citroenen in.

Daar moest ik aan denken toen Nadia ons het tasje met courgettes gaf.

Overigens ging ik die zomer van 2009 de volgende ochtend vroeg voor de laatste keer naar het kruideniertje waar ik twee weken lang mijn boodschappen had gedaan. Ook hen vertelde ik dat wij weer weggingen en in een moment van vrijmoedigheid die mij niet echt eigen is, maar die nu opgeroepen werd door de weemoed van het weggaan en het gevoel van urgentie om dat wat ik achterliet en ging missen vast te leggen,vroeg ik hen of ik een foto van hen en hun winkel mocht maken. Ze hadden daar geen bezwaar tegen. De man haalde voor de gelegenheid zijn papieren kruideniersmutsje tevoorschijn, zette dat op zijn hoofd en met z’n tweeën poseerden zij voor mij achter de toonbank van het volgestouwde winkeltje.

Met een handdruk en een groet namen wij daarna afscheid – en met een brok in mijn keel, dezelfde die ik zes jaar later weer voelde, liep ik voor de laatste keer de 174 treden af naar het huisje waar wij twee weken lang hadden gewoond.

IMG_1562

Lieu de mémoire

Kwam er vanmorgen achter dat het flesje afwasmiddel dat wij deze zomer in Frankrijk kochten bijna op is. Paic Excel. Ultra Degraissant, volgens het etiket, Brillance Extrême. Het is paars. Het afwasmiddel wel te verstaan, het flesje zelf is doorzichtig. Het ruikt lekker. Naar Frankrijk. Naar vakantie.
Ik opende de keukenkastjes, doorzocht de lades, op zoek naar meer relikwieën. Ik vond er één: een blikje Pâté de Foie van de Casino. Qualité Supérieure. Tenminste houdbaar tot 17 april 2012. Prettig idee vond ik dat – en zette het terug in het hoekje van de la waar ik het gevonden had.
Hoekje van vergeten dingen.
Lieu de mémoire.

Zen en de kunst van het achterlaten

Dankzij Google ga ik dit jaar met een veel geruster hart op vakantie. Ik zal u dat proberen uit te leggen. Het heeft te maken met de vreemde kant die er, voor een tuinbezitter althans, zit aan het op vakantie gaan. Een beetje alsof je halverwege een voorstelling wat gaat drinken in de lounge van het theater, om tegen het eind je stoel weer op te zoeken. Zo voelt het elk jaar tenminste wel als wij op het punt staan om op vakantie te gaan. Op het hoogtepunt van het jaar kijken we vol bewondering naar onze tuin – om hem vervolgens voor drie weken aan zijn lot over te laten. Daar zit iets vreemds in, vindt u niet? Zo heb ik mijn Phloxen volgens mij nog nooit op hun mooist gezien.
Tijdens de vakantie denk ik regelmatig aan onze tuin. Regent het wel genoeg? Waait het niet te hard? Bloeit er nog iets al ik terug kom? Het is ook het eerste wat wij doen als wij weer terug zijn: een blik werpen op de achtertuin.
Soms valt dat mee. Maar soms ook niet en treffen wij bij terugkomst een wildernis aan. Uitgebloeid en uitgegroeid. Dor en droog. Geen model meer in. Een lange slungel met zijn haren door de war. Een beetje zoals mijn puberzoon als hij om half elf zijn bed uitkomt. Maar na een paar dagen van terugknippen, uitgebloeide bloemen verwijderen, steunen zetten, opbinden en water geven is-ie meestal al weer aardig opgekalefaterd. Mijn tuin bedoel ik dan. Bij zoonlief duurt het aanzienlijk korter.
>lees verder