Telefooncel

Ik begon deze draad van berichtjes, de stream of consciousness van onze tijd, met een tweetal notities over een telefooncel. Ik voeg daar nu, ruim twee jaar later, een derde aan toe. Ik kwam hem tegen op de onvolprezen boekennieuwssite van Dirk Leyman ‘De papieren man’. Het gaat om een rode, Engelse telefooncel in het dorpje Westbury-sub-Mendip. Ook in het traditierijke Engeland verliezen telefooncellen hun functie. Soms worden zij verkocht en krijgen een nieuwe bestemming. In Westbury-sub-Mendip, gelegen ten zuiden van Bristol en Bath, is een telefooncel verbouwd tot de kleinste bibliotheek van Groot-Brittannië. Vierentwintig uur per dag geopend, elke dag van het jaar. Met een collectie van inmiddels meer dan honderd boeken. Wie een boek leent, zet daar een ander boek voor in de plaats. Ach, wat lees ik dit soort berichtjes graag.

Telefooncel

Als we het toch over telefooncellen hebben. In een hotel in Spanje waarin ik deze zomer verbleef hadden zij nog een mooi exemplaar. Het hotel was een oud kuuroord uit het begin van de 20e eeuw. De telefooncel was beneden in de hal, naast een tamelijk monumentale trap. Het mooie was het lampje dat boven de deur zat. Het ging ongetwijfeld branden als de cel bezet was. Tenminste, zo stelde ik het mij voor.
De cel was nu buiten gebruik. De deur op slot (ik heb hem geprobeerd). Er stond ook een biljart in de hal, even oud als de telefooncel. Als ik mijn ogen dicht deed zag ik het nog voor mij: het rode lampje boven de deur, waarachter een gedempte damesstem. Een nerveus wachtende heer op een van de banken. Op de achtergrond het ketsen van de ballen. En de andere gasten die met een glas in de hand naar de bron slenteren, op weg naar hun dagelijkse dosis zwavelhoudend water.

telefooncel-web.jpg

Reikwijdte

Ik liep vanmiddag een stukje door de polder. Het waaide en ik zag twee caravans op een boerenerf. Plotseling dacht ik aan een potlood. Zo’n stompje potlood aan een touwtje. Zag je vroeger wel in telefooncellen in openbare gelegenheden. Café. Postkantoor. Kon je iets mee op de muur schrijven. Of op een stukje papier. Een hoekje gescheurd uit een telefoonboek – maar die zijn er ook niet meer.
Vreemd hoe dat beeld zo maar mijn gedachten binnen waaide. Maar toen ik het toch in mijn bezit had gekregen, bedacht ik dat dat het beeld moest zijn van dit weblog: zo’n muur volgekrabbeld met berichtjes, tekeningetjes, telefoonnummers, namen.
Met de reikwijdte van de lengte van het touwtje.