Voorjaar

Zag vanmiddag het staartje van de zevende etappe van Parijs-Nice. Van Sisteron naar Nice ging het, in deze editie van de Rit naar de Zon.
Ach ja, Nice, op 10 maart 2012. Het peloton over de Promenade des Anglais. De toeschouwers in hemdsmouwen, met de hand de ogen afschermend tegen de zon. De turquoise zee die wellustig tegen het zand aanschurkt. De lange schaduwen van de renners.
Ik houd van badplaatsen in het vroege voorjaar. De sfeer die een mengeling van heimwee en verlangen is. Als dat al twee verschillende dingen zijn, natuurlijk.
Ergens, als ik mij nog maar kon herinneren waar, schreef Pavese: ‘Het enige dat mij rest van mijn jeugd is de zomer.’ Of woorden van gelijke strekking.
Daar moest ik aan denken terwijl Thomas de Gendt de etappe won.
Ach ja, Nice, op 10 maart 2012. Het was er vijftien graden en onbewolkt.
Dat u het maar weet.

Advertenties

April is the cruellest month

Vorige week stond ik aan het einde van een zonnige dag buiten, in de achtertuin.  Het was het begin van de avond, net na het avondeten. Terwijl ik naar de tuin stond te kijken, waar ik door omstandigheden dit jaar nog veel te weinig aan heb gedaan, hoorde ik een geluid dat ik meteen herkende: het stuiteren van een bal in het gangetje tussen ons huis en dat van mijn buurman. Het gangetje voert naar het voetbalveldje hier in de wijk en wordt veelvuldig gebruikt door kinderen. De stuit van de bal op de trottoirtegels wordt weerkaatst door de muren van onze huizen. Een echo is het niet echt, een galm evenmin. Het is alsof het geluid van de bal wordt overgenomen door de muren en versterkt wordt doorgegeven. Ja, alsof de twee muren, die op niet meer dan krap vier meter van elkaar staan, elkaar het geluid toeroepen: kabauwwauw, kabauwauw, kabauwauw. Hartslag van de jeugd. Hartslag van de zomer.
En meer nog dan de langer wordende dagen, de uitbottende struiken of de crocusjes, narcissen en andere voorjaarsbloemen die zich tonen, is het dit geluid dat voor mij de komst van de zomer aankondigt.
Ik luisterde naar het wegstervende stuiteren van de bal. Naar de zachter wordende stemmen van mijn overbuurman en zijn zoontje. En plotseling vroeg ik mij af of ik ooit zelf nog een balletje zou trappen.
Met het ouder worden van mijn zoon is wellicht mijn laatste alibi verdwenen.