Beeldrijm 13: Jaartelling

Ze zat op de rand van haar bed, mijn moeder, de handen gevouwen in haar schoot. Ze leek zich mijn aanwezigheid niet bewust, staarde door het raam naar buiten, naar de plantenbakken op haar balkon, glimlachte en zei: ‘Wat een vreemd idee dat ik de viooltjes niet meer zal zien bloeien.’

Ergens vindt er een omslagpunt plaats, een omslagpunt in meten. Waar het referentiepunt van dat wat je nog mee zult maken, verandert in dat wat je niet meer meemaakt.

Het was ergens in de tweede helft van de jaren zestig, dat ik mij als kind realiseerde dat ik het mythische jaar tweeduizend zou meemaken. Negenendertig zou ik zijn, dat was te doen.

Een tiental jaren later kwam het besef dat ik het overlijden zou meemaken van de sporthelden van mijn tijd: Johan Cruijff, Ard Schenk, Eddy Merckx. Een vreemd idee was dat.

Tegenwoordig sla ik soms aan het rekenen. Om te kijken hoe oud ik mijn zoon ga zien worden. Vijftig moet ik wel halen, maar ook niet veel meer dan dat. Een nu nog ongeboren kleinkind zie ik twintig worden, vijfentwintig misschien. Een achterkleinkind, dat wordt krap.

Ze zat op de rand van haar bed, ja, de handen gevouwen in haar schoot. De zon scheen naar binnen en stoffijne deeltjes dwarrelden door de kamer. Er lag een bijna meisjesachtige lichtheid over haar. Ze schommelde nog net niet met haar benen.

Misschien zien we vlak voor de eindstreep alles weer in de juiste proporties.

 

(Een Beeldrijm begint met een foto van Ray van Schaffelaar, waarop een tekst van mij reageert. Klik hier voor alle afleveringen in de reeks.)

Advertenties

Wolkers

Wat deed Ronald Giphart daar gisteravond bij P&W aan tafel? Die jongen mag de naam van Wolkers nog niet in de mond nemen. En moesten wij nu echt twee maal Adri van der Heijden horen vertellen hoe hij een dikke pakkerd van hem had gekregen? En dat meisje van de dierenpartij, kon de redactie nu echt niet zo snel met iets beters komen? Gemakzuchtig en eendimensionaal. Net als de verfilmingen van zijn boeken die, met inbegrip van Turks Fruit, hem recht noch goed hebben gedaan.
Nee, gelukkig was Maarten van Rossum er nog.
Serpentina’s Petticoat, Kort Amerikaans, Gesponnen Suiker, Terug naar Oegstgeest. En toen was het wel zo’n beetje op. Maar mooi genoeg.

‘Men tilt een blad op en daar staat geschreven
in taal die slechts de wormen is gegeven:
Dood, dood, en nog eens dood,
en even leven.’