Van jonge helden, de dingen die voorbij gaan (6)

In het Amsterdam-West van begin zeventiger jaren waren het geen filmsterren die mijn jongenshart op hol deden slaan. De films die ik zag werden bevolkt door tekenfilmfiguren of mannen als Old Shatterhand en Winnetou. Mijn zes jaar oudere broer bewaarde ook al geen foto’s van Brigitte Bardot of Claudia Cardinale – of in ieder geval niet op een plaats die ik dan wist te vinden – en mijn vader evenmin. Misschien is het ook wel tekenend voor de tijd en het milieu dat mijn heldinnen uit Engelse sitcoms stamden.
De eerste actrice die mijn hart stal was Paula Wilcox, die in de populaire serie Man about the house de rol speelde van Chrissy. Ze was naast Jo het serieuze, meer intelligente meisje van de twee, bij wie Robin (Richard O’Sullivan) een serie lang vergeefse pogingen doet om haar te verleiden.
De tweede actrice, Yootha Joyce,  kwam uit dezelfde serie. Ze was Mildred Roper, een rol die zij ook in de spin-off George & Mildred zou blijven spelen. Hoewel Yootha Joyce (1927) eigenlijk veel te oud was om voor mij als jong knaapje een idool te zijn, bezat zij eigenschappen waar ik gevoelig voor bleek. Ik wist hen toen niet te benoemen, maar herken nu een combinatie van sensualiteit, hardheid en snedigheid. Een working class Marlene Dietrich, is misschien een goede typering voor haar.
Wendy Richard werd in de Nederlandse huiskamers beroemd door haar rol van Miss Brahms in de serie Are you being served. Ze speelde een kruising tussen een vamp en een girl next door, in een serie die bol stond van de sexuele toespelingen en grappen. Later zou ze 21 jaar lang de rol van Pauline Fowler spelen in de soap Eastenders.
Een groter succes dan het in 1977 eindigende Man about the house  heeft Paula Wilcox nooit gekend. Yootha Joyce stierf op 24 augustus 1980 ten gevolge van een aangetaste lever. Wendy Richard tenslotte, stierf afgelopen week aan kanker. Ze is 65 jaar geworden.

 paula-wilcoxyootha-joycewendy-richard

Advertenties

GeenRuggegraat

Waar ik echt niets van begrijp, hoe ik ook mijn best doe, zijn de flirtages van bijvoorbeeld Jeroen Pauw, Paul Witteman en Matthijs van Nieuwkerk met mensen als Peter R. de Vries en de makers van GeenStijl. Wat zou daar toch achter zitten? Heb vandaag maar eens op de site van GeenStijl gekeken. Ik wil geen onheilsprofeet spelen, maar ik moet bekennen dat mij een gevoel van angst bekroop. Pure, banale angst. Zou daarin wellicht ook bij hen de motivatie schuilen? Geïntimideerd. Zoals Frits Barend en Henk van Dorp zich ooit publiekelijk bij de Hells Angels excuseerden.

Verleden

Voor wie zou de serie Het verleden van Nederland bedoeld zijn? Of laat ik het anders zeggen: wat is de bedoeling van de makers van de serie? Ik ben bang dat hij aan mij niet besteed is. De serie gaat naar mijn smaak gebukt onder een overdaad aan vormgeving. Na al die visuele en textuele oneliners en soundbites snak ik naar iemand met kennis van zaken die mij een verhaal weet te vertellen. En na Charles Groenhuijsen ga je zelfs naar Geert Mak verlangen.

Brideshead

Nu de film, die altijd bleekjes zal afsteken bij de serie, is uitgekomen, zou het me niet verbazen als er een Brideshead revival zou ontstaan. Et in Arcadia ego: ook ik was verslingerd aan de serie. Twintig was ik, in 1981. Wat maken die dingen indruk op je, als je twintig bent. Zou hem graag nog eens terug zien. Maar de film niet, nee. Dat lijkt me niet zo’n goed idee.
Met Charles was ook ik verliefd op Sebastian en op Julia en op Sebastian en op Julia. En misschien ook wel een beetje op Lady Marchmain, ja. Zou de film daar nog wel voor willen zien, voor Emma Thompson. Verliefd was ik toch vooral op het geheel. Dat geheel van personages, plots, landschappen en decors, op dat leven en die wereld, op de taal, de beelden. En toch was er één element dat daar nog weer uitstak: de figuur van Anthony Blanche. Van alles wat zich in die gelukzalige weken aan mij voltrok, is hij mij het meest bijgebleven. Wonderlijk misschien, zo’n grote rol had hij immers niet.
De rol van Anthony Blanche werd gespeeld door de acteur Nickolas Grace, die ik daarna uit het oog ben verloren. Maar zijn personage niet. Heb er in mijn roman ZVEM de figuur van Laurens naar gemodelleerd. De jongen ‘waar bij elk woord dat hij uitsprak een glimlach op zijn lippen leek te trillen’. Een kleine, uiteraard nooit opgemerkte, ode aan een held uit mijn verloren paradijs.