Poste restante (4)

Schrijven is wat een schrijver het liefste doet. Anders was hij geen schrijver geworden. Na het beëindigen van het ene boek wil hij het liefst met een volgend beginnen. En alles wat daar tussen komt is hinderlijk. Maar sommige dingen zijn minder hinderlijk dan andere. En er zijn hinderlijke dingen die best prettig zijn. Van op de voorpagina van Het Parool staan gaat zelfs een schrijver wat gemakkelijker zitten.
‘Je kraag zit raar,’ zegt vrouw, ‘ik vind het geen goede foto, je kraag zit echt heel raar.’
Met beide benen op de grond. Als dat nog nodig was.

Lees het artikel

Poste restante (3)

Nou ja, vooruit. Nog één voorproefje dan.

Het eerste hoofdstuk.

‘Het was op de dag dat God zelf zijn levenswerk van een naam voorzag. Met wollige, witte letters schreef hij hem op het hemelsblauwe doek, onder het voortbrengen van het zacht brommende geluid van een vlieg, gevangen tussen de vitrage en het raam van het zomerhuisje. We lagen in de kom van een duin, op onze rug in het warme zand, schermden met een hand onze ogen af tegen de zon en keken toe hoe de letters aan de wolkenloze hemel verschenen, een voor een, met sierlijke rondingen: Lexington.’
>lees verder

Poste Restante (2)

Binnenwerk gezien. Zag er mooi uit.

Flaptekst, bij wijze van sneak preview:

‘Tijdens zijn werk als tekstschrijver stuit Ludo op internet op een oude strandfoto. De foto maakt de herinnering wakker aan magische zomerweken uit zijn kindertijd toen hij samen met Sylvie de wereld ontdekte. Die vakantie van 1968 eindigde echter in een drama en Sylvie heeft hij daarna nooit meer gezien. Maar wat is er eigenlijk echt gebeurd in die zomer? Als hij Sylvie in een bioscoop tijdens een marathonvoorstelling van Heimat meent terug te zien, krijgt hij eindelijk de kans om het geheim van die ene paradijselijke vakantie te ontrafelen.
Op een betoverende, rustige toon weet Snoek herinneringen, fantasie, werkelijkheid, nuchterheid en humor samen te smelten tot een wonderlijk en ontroerend verhaal.’

Nog even geduld.

Troostlezen (5): ‘Nou moe?’ – de verbazing van Guust Flater en Marcovaldo

Ziek. De koelte van de slaapkamer. Kussens in de rug. De steeds weer herhaalde nieuwsberichten van dalende beurskoersen als een verre, verre mantra op de radio. De werkelijkheid, maar niet hier. Een glas limonade, een pakje zakdoekjes en een stapel stripboeken: dat is mijn, koortsige, werkelijkheid.
De stapels stripboeken die ik bij gelegenheden als deze tevoorschijn haal, stammen uit wat ik de Gouden Eeuw van het stripverhaal noem. De periode tussen ruwweg 1950 en 1970. De tijd waarin van de hand van Belgische en Franse scenaristen en illustratoren het ene na het andere meesterwerk verscheen. Kuifje, Blake & Mortimer, Michel Vaillant, Asterix, Buck Danny, Lucky Luke, Robbedoes, Rik Ringers. Helden wier avonturen mij, als een madeleine met lindebloesemthee, nog steeds zonder omwegen terugbrengen naar mijn kindertijd, een periode die, hoe vreemd dat ook mag klinken voor iemand die in 1961 is geboren, eveneens van 1950 tot 1970 loopt.

> lees verder

Leren schrijven

Is het mogelijk om te leren schrijven? Is het mogelijk om beter te leren schrijven? Mijn antwoord op beide vragen luidt ‘ja‘. Natuurlijk is dat mogelijk. En het is vooral ook heel leuk.
Het is leuk om beter in staat te zijn om je gedachten op papier te zetten. In een stuk tekst met een kop een staart. In goedgekozen woorden en een trefzekere stijl.
Het is leuk om te spelen met taal en creativiteit. Om je bezig te houden met verhalen, zinnen en woorden.
Wanneer dat mogelijk is? Dit voorjaar al. In Hoorn. In de bibliotheek daar geef ik twee cursussen: Creatief schrijven en Reisverhalen schrijven.
Voor meer informatie klik hier.

Magda Szabó

Ik wist niet dat ze al negentig was, al had ik dat natuurlijk wel kunnen weten. Mede daardoor kwam het bericht van haar dood zo onverwacht, misschien.
Ik maakte kennis met haar door De Katalinstraat – en ik was meteen verkocht. Later volgden De deur en, begin dit jaar, Het ogenblik.  Drie boeken. Ik kan alleen maar hopen dat er nog meer werk van haar wordt vertaald.
Het is een vreemd gevoel om een dierbare schrijver te verliezen. Men zegt dat ze stierf terwijl ze zat te lezen. Dat is mooi. Het maakt me alleen zo nieuwsgierig naar het boek dat ze in haar handen had.

szabo.jpg

PDP

pdp.jpg

Las vorige week een artikel in de NRC over de Amerikaanse informaticus en kunstenaar Jonathan Harris. ‘Het leven is niet zoals je een boek leest of een film bekijkt, vindt Jonathan Harris,’ stond er. Ik weet niet of de kunstenaar zelf nu geciteerd werd of dat journalist Jan Benjamin aan het woord was. ‘Dit artikel begint hier,’ ging het verder, ‘en het eindigt rechtsonder. Dat is de manier om een verhaal in de krant te lezen. Een boek lees je van de eerste tot de laatste pagina. En een film bekijk je van de eerste scène tot de laatste. Oude media kennen meestal één volgorde waarin mensen ze gebruiken. Internet doorbreekt dat patroon. Nieuwe techniek maakt het mogelijk om één verhaal op diverse manieren te vertellen.’
Ik denk dat de kunstenaar of de journalist het boek verwart met het vertelde. Het boek mag dan op pagina 1 beginnen en eindigen op de laatste, het verhaal hoeft daarmee niet parallel te lopen (Les 2 van mijn cursus schrijven). Hoeveel boeken zijn er niet geschreven die de tijd anders laten verlopen? Of waarin een gebeurtenis op verschillende manieren wordt verteld? Ja zelfs boeken waarin de hoofdstukken zich op verschillende manieren laten rangschikken en lezen? Kwestie van even zoeken. Kwestie van lezen.
Overigens vind ik het werk van Jonathan Harris fascinerend. Interessant kunstenaar. Maar geen schrijver.
Parallel distributed processing. Bestaat die term nog? Het was de titel van een boek dat ik ooit tijdens mijn studie las.  McClelland & Rummelhart, de Vroom & Dreesman van de cognitive science destijds, waren de schrijvers. Mijn droom is nog steeds een boek dat op die wijze is gestructureerd. Verhalen die zich alleen springend van hyperlink naar hyperlink laten lezen. Die zich evenwijdig en tegelijkertijd voltrekken. Verspreid over een groot aantal knooppunten. En die alleen vorm krijgen in het proces van het lezen. En daarbuiten niet. Het web zou een mooi medium zijn om het te realiseren. Ik kom er binnenkort nog wel op terug.

Werk van Jonathan Harris:
Universe (2007) universe.daylife.com
Yahoo Time Capsule (2006) timecapsule.yahoo.com/yahootime/overview.php
Ten by Ten (2005) tenbyten.org
We Feel Fine (2005) wefeelfine.org

Quote

Van alle naar mijn eigen mening toch wel aardige regels die ik heb geschreven, is er een die op het internet een tweede leven is begonnen. Of eigenlijk zijn het er drie, drie regels die tezamen nogal in de smaak lijken te vallen. Het is een citaat dat ik de eerste keer, keurig met bronvermelding, tegenkwam op de Tweevoeter-site en dat daarna aan een merkwaardige reis over het wereldomvattende web is begonnen. Soms krijg ik een berichtje van ‘m, een kaartje, een groet. Of ik kom hem tegen. Niet altijd in de oorspronkelijke vorm. Maakt heel wat mee, dat citaat. Meer dan ik.
‘Wandelen is een voorschot nemen op terugverlangen. Uitgestelde weemoed. We kijken niet uit naar het moment waarop we ergens aankomen, maar naar het moment dat we er weer vertrekken.’
Vind hem zelf ook wel aardig.