Beeldrijm 16: De wangen van Aaron Krickstein

beeldrijm 16

De wangen van Aaron Krickstein. Paardenbloemen. Papieren vliegtuigjes. Een zomernamiddag.

Maar misschien ga ik te snel.

Laten we een stap terug doen en het eerst over ontspanning hebben. De ontspanning die, zo horen en lezen we altijd, onontbeerlijk voor snelheid is. De ontspanning op het gelaat van Dafne Schippers, als zij haar snelheid weet te behouden waar anderen die verliezen in verkramping. Mooie paradox is dat. Ontspanning die voor snelheid zorgt.

Maar Aaron Krickstein dus. Tennisser uit de jaren tachtig en negentig. Met 16 jaar en 2 maanden nog altijd de jongste winnaar op de ATP Tour ooit. Maar ik herinner mij hem vooral vanwege zijn wangen. Hij had zich aangeleerd om uit te ademen bij elke slag om zo de ontspanning in zijn lichaam, en dan met name in zijn arm, te houden. Hij deed dat met bolle wangen. Alsof hij de pluisjes van een paardenbloem de lucht in blies. Mooi was dat.

Of als u dat beeld niet direct op YouTube kunt vinden, de handjes van Dennis Bergkamp. Als hij het doelpunt tegen Argentinië scoort. U weet wel. Zijn handen. Volkomen ontspannen hangend uit het polsgewricht.

Daarom.

De wangen van Aaron Krickstein. Paardenbloemen. Papieren vliegtuigjes. Een zomernamiddag.

De snelheid van een associatieve gedachtegang is 100 meter per seconde.

Bij ontspanning.

 

(Een Beeldrijm begint met een foto van Ray van Schaffelaar, waarop een tekst van mij reageert. Klik hier voor alle afleveringen in de reeks.)

Advertenties

Human after all

Bij het zien van die bijzondere 200 meter van Dafne Schippers, of misschien moet ik het niet hebben over ‘zien’ maar over ‘getuige zijn van’, want zo voelde het, moest ik toch ook denken aan Florence Griffith. Ik zal niet de enige zijn geweest.

Haar naam viel ook veelvuldig, evenals haar tijd. Dat onwaarschijnlijke wereldrecord op de tweehonderd meter: 21,34. Er zijn meer van die wereldrecords, records met een smetje, onvoorstelbaar snelle tijden die al decennia staan: de 47,60 op de 400 meter van Marita Koch uit 1985, de 1.53,28 op de 800 meter van Jarmila Kratochvilova uit 1983. En de 100 en 200 meter van Florence Griffith uit 1988: 10,49 en 21,34.

Bekijk de beelden en u ziet hoe snel dat was. Hoeveel sneller dan de anderen. En hoeveel sneller dan zijzelf ooit was geweest.

Net als die van Koch en Kratochvilova zijn het records met een luchtje – of eigenlijk nog wel meer dan dat. In het geval van Florence Griffith is de reputatie van haar en haar records nog eens verder aangetast door haar vroege overlijden. Op 21 september 1998. Op de leeftijd van 38 jaar. Of dat nu wel of niet verband houdt met een mogelijk gebruik van doping, triest blijft het – en eigenlijk wordt het alleen maar triester als dat werkelijk het geval is geweest.

Ik herinner me Florence Griffith niet alleen vanwege die twee uitzonderlijke races. Er is een ander moment, vlak na de finish van die beroemde 200 meter in Seoul, dat in mijn geheugen staat gegrift. Nadat ze zojuist als eerste over de finishlijn is gekomen zit zij geknield op de baan, voorover gebogen. Misschien bidt ze, of kust ze de baan. In ieder geval is ze alleen, alleen met haar gedachten. Dan recht ze haar bovenlichaam, vouwt haar handen voor haar gezicht. Op dat moment hoort ze haar man Al Joyner, Olympisch kampioen hink-stap-sprong, langs de baan schreeuwen van vreugde. Ze kijkt zijn kant op en wenkt hem, vraagt hem naar haar toe te komen. Ze doet het nog een tweede keer, iets dwingender nu – en dat moment, twee, drie seconden lang slechts, vind ik nog steeds van een grote tederheid.

Kijkt u naar het filmpje. En let vooral op die paar seconden. Van 2m30 tot 2m33. In die korte tijdspanne treedt een metamorfose op, verdwijnen opgepompte spieren, gepimpte pezen, verdachte bloedwaarden en bovennatuurlijke wattages. De atlete verzacht en een bovenmenselijke prestatie krijgt een menselijk gezicht.