Nieuwe aardappelen

Aardappelen

Voor het verbeteren van de wereld heb ik geen talent, zo vrees ik. Dat was althans mijn conclusie. Op de terugweg. Van de supermarkt naar huis.

Ik stond bij de aardappelen, anderhalve kilo Iets Kruimige, en keek welk zakje mij het best beviel.
‘Ze zijn slecht, hè, de aardappelen,’ klonk het naast mij. Ik keek opzij. Naast mij stond een kleine, oude vrouw. Grijs haar, grijze jas, grijze oogopslag. Ze trok haar neus op. ‘Slecht,’ herhaalde ze, ‘de aardappelen, momenteel.’
‘Ja,’ beaamde ik beleefdheidshalve, ‘het is wachten op nieuwe oogst.’
Ze knikte, slaakte een zucht en met een stem die bijna brak zei ze: ‘Ik weet soms echt niet wat ik moet eten.’

Op dat moment had ik mijn hand op haar schouder kunnen leggen. Ik had haar zachtjes kunnen meevoeren langs de groenten: bloemkool, boontjes, broccoli, een kropje sla, tomaten. Haar suggesties aan de hand kunnen doen: snijboontjes met een spekje, wat dacht u daarvan, met een gebakken aardappeltje erbij. Ik had kunnen afspreken dat ik een keer in de week bij haar langs zou gaan, voor haar zou koken: een pannetje soep, stamppot andijvie, een kippenpootje om van te kluiven. Zo nu en dan wat met haar praten, oude familiefoto’s bekijken, haar aan het lachen maken met een grap.

Dat alles bedacht ik. Op de terugweg. Van de supermarkt naar huis.

Op het moment zelf pakte ik een zakje aardappelen, mompelde iets als ‘ja, het valt soms niet mee’, draaide mij om en werkte mijn boodschappenlijstje af.

Nee, voor het verbeteren van de wereld heb ik geen talent. ’s Avonds bakte ik voor vrouwlief een visje. Teder neergelegd op een bedje van prei en spinazie. Met een aardappeltje met boter, bieslook en citroen.

Maar ja, je vrouw.

Dat kun je toch nauwelijks altruïsme noemen.

 

Kadootje van de zomer

Vanmorgen buiten met koffie en krant. Boodschap gedaan. Buiten geluncht. In de tuin gewerkt. Perentaartje gebakken. Rondje gejogd. Dag als een kadootje. Kadootje van de zomer.