Hoewel lezen en vakantie voor mij onlosmakelijk met elkaar zijn verbonden en een goed boek in niet geringe mate bijdraagt aan het vakantieplezier, kan ik mij enige tijd later nog slechts met moeite herinneren welk boek ik op welke plek heb gelezen. Het is zeker niet zo dat boek en landschap in mijn beleving zijn versmolten, dat er een kruisbestuiving heeft plaatsgevonden tussen tekst en omgeving en dat zij zijn vervlochten tot één herinnering.
Ik weet niet hoe het bij u is, maar bij mij is dat met muziek wel het geval. Misschien zijn muziek en landschap complementair, vragen de klanken om de beelden van de omgeving, en gebeurt er als die twee matchen, om maar eens een goed Nederlands woord te gebruiken, iets bijzonders, iets dat meer oplevert dan de som der delen.
Zo is het eerste album van Joy Division, voor wie die naam nog iets zegt, voor mij verbonden aan een nachtelijke rit naar Parijs, met Eurolines, waar ik om zes uur in de ochtend uit de bus werd gezet. U2’s ‘Joshua Tree’ is een vakantie in het Massif Central en ‘Parachutes’ van Coldplay een weekje in Zuid-Engeland. ‘What’s going on’ van Marvin Gay kan ik nog steeds niet horen zonder daarbij de gouden heuvels van Toscane te zien – en het gezicht van mijn reisgenote, maar dat is een heel ander verhaal. En het nummer ‘Sons of Pioneers’ van de groep Japan, nog zo’n prachtige schim uit het verleden, zal voor mij altijd verbonden blijven met een maanverlicht dal in de Pyreneeën, louter omdat ik het daar in de auto op een Franse radiozender hoorde, hoog boven St. Lary, met een bijna volle maan aan de hemel en de lichtjes van een paar eenzame huizen aan de overzijde van het dal.
Andersom is het ook zo dat ik elke keer als ik in de avonduren over de Belgische snelwegen rijd, in mijn hoofd het nummer ‘So What’ van het Miles Davis Kwintet hoor, met Cannonball Adderley, Winton Kelly en natuurlijk Miles Davis zelf. Alleen omdat ik dat een keer op een Franstalige zender hoorde spelen, aangekondigd door een presentatrice met een stem om verliefd op te worden. Beide, zender en presentatrice, heb ik overigens later nooit meer kunnen vinden, hoe vaak ik in de nachtelijke uren de ether ook aftastte.
Een mens wordt ouder en krijgt kinderen. Inmiddels kan ik niet door de Voerstreek rijden zonder de liedjes ‘Zoek de zeep’ of ‘Maak er wat van’ van Bert en Ernie te horen – niets ten nadele van dit duo trouwens, want ik zou de CD zeker meenemen naar een onbewoond eiland als mij om een keuze werd gevraagd.
De muziek die ik deze zomer het meest heb gehoord was het nummer ‘Watskeburt?’ van De jeugd van tegenwoordig – ook kinderen worden ouder. Merkwaardig genoeg wilde het nummer, dat mij verder wel kon bekoren, maar geen symbiose met het landschap aangaan. Misschien was dat te wijten aan het regenachtige en koude weer, wij brachten onze vakantie in Nederland door, maar ik denk het niet. Nee, de enige verklaring die ik kan bedenken is dat muziek als deze tegenwoordig van zichzelf al te veel aan beelden is verbonden, omdat zij in de vorm van een clip tot ons komt. Misschien moesten wij vroeger de clip er nog zelf bij bedenken, en het landschap inspireerde ons, bezorgde ons de beelden, de stemmingen, de kleuren. Maar misschien is er ook nog wel een andere verklaring. Watskeburt? Wie het weet mag het zeggen.

Advertenties