De melancholie van verloren dingen, verstreken kilometers en toevallige passanten. Daar moest ik gisteren aan denken toen ik mijn schoenen uit de kast pakte. Ik hield ze een tijdlang in mijn handen, liet mijn blik liefkozend over het bovenwerk gaan en streelde teder de groeven en rimpels in het leer.
Zijn er meer wandelaars die net als ik moeilijk afstand kunnen doen van een oud paar schoenen, een versleten rugzak, of een jackje dat niet meer waterdicht is? O ja, ook ik word soms aangetrokken door nieuwe producten en materialen, een soft shell jasje, een nieuwe rugzak, spiksplinternieuwe schoenen met vibram zool en bovenwerk van suède en cordura. Maar toch… op het moment dat ik een aankoop overweeg word ik steevast overvallen door een zekere weemoed. We hebben samen zoveel meegemaakt, mijn schoenen en ik, stof, modder, diepe verslagenheid en uitbundige extase, noodweer en hitte, verkeerde afslagen…
Ik ben geen deskundige op het gebied van materialen. Ik bewonder de degelijkheid en functionaliteit van de spullen die ik gebruik, maar voel niet de drang om steeds weer nieuwe aan te schaffen en sla graag een mode over. Ooit heb ik een Engelsman ontmoet die op rubber laarzen liep. Hij geloofde niet in het ademend vermogen van leer of kunststof en hield vol dat zijn voeten zo droger bleven.
Toen ik met mijn schoenen in mijn hand zat, schoot mij een herinnering te binnen aan een Amerikaan met wie ik ooit een dag door de Provence ben opgewandeld. Robert heette hij, ik geloof niet dat ik zijn achternaam ooit heb geweten. Hij kwam uit Mars Hill in Madison County, North Carolina, liep op gympen, gleed voortdurend uit, maar was er de halve Appalachian Trail mee doorgekomen, dus waarom niet Europa?
Een mooie dag was dat trouwens. Het was warm, de krekels zongen, de lucht trilde en de eeuwenoude dorpjes lagen vermoeid tegen de heuvels. De scherp gesneden trekken en getinte huid van mijn wandelgenoot verraadden een indiaanse afkomst, of Native American zoals dat in de VS tegenwoordig wordt genoemd. Een kwart Cherokee was hij, zo vertrouwde hij mij toe. Hij was zesenzestig, een leeftijd die ik hem niet zou hebben gegeven. Werken deed hij niet meer. Trok elk jaar een aantal maanden wandelend door Europa. Hij had een spijkerbroek aan, een rood en zwart houthakkershemd, old school Adidas gympen en op zijn hoofd droeg hij een baseball cap, waarvan hij een hele verzameling in zijn rugzak met zich meedroeg. Het formaat van zijn rugzak en de staat van zijn kleren deden overigens vermoeden dat hij niet veel anders bij zich had.
We spraken niet veel en wat hij zei verstond ik niet altijd even goed. Toch schemerde er een scherp verstand en een grote kennis door zijn spaarzame woorden heen.
‘Is het je wel eens opgevallen dat het sanitair in Engeland nooit werkt?’ zo vroeg hij me op een gegeven moment. We stonden op een heuveltop en keken uit over het schilderachtige dorpje Crestet. ‘Aan de buitenkant lijken het net kasteeltjes, maar functioneren doet het nooit.’ Ik schoot in de lach. Plumbing was trouwens het woord dat hij gebruikte.
‘In Noorwegen en Zweden ziet het er van buiten juist uit als een vervallen blokhut, maar blijkt het binnen uiterst functioneel roestvrij staal te zijn.’
Ik ben zijn woorden nooit vergeten en elke keer dat ik later weer eens met een haperend toilet of kraantje te maken had moest ik aan hem denken. Ik heb nooit een mooier en treffender beeld van het Verenigd Koninkrijk gezien.
Toen wij afscheid namen opende hij zijn rugzak, haalde er een van zijn honkbalpetjes uit en gaf die aan mij. Het was een blauw petje van de New York Mets. Ik nam hem aan, zette hem op en heb hem jaren gedragen. Als u met mij door mijn schoenendoos vol foto’s zou struinen, zou u hem op vele plekken in Europa tegenkomen. Vorig jaar echter ben ik hem ergens – maar waar? – kwijt geraakt.
Ik zette mijn schoenen terug in de kast, liep naar boven en ging achter mijn computer zitten. Reizen door tijd en ruimte gaat tegenwoordig razendsnel. Binnen een minuut las ik op een website dat Mars Hill in het jaar 2000 1764 inwoners had, 0,28% daarvan was Native American. Ik vroeg mij af of de man met wie ik door de Provence had gewandeld daar nog een van was. Zou hij nog steeds door Europa trekken? Op gympen? Met een rugzak vol petjes?
‘I’ll be looking for you when I’m in Amsterdam,’ mompelde hij terwijl hij afdaalde naar het dal. Vlak voordat in een naaldbomenbos verdween gleed hij bijna onderuit

Advertenties