Er bestaat een vreemde spanning tussen de wandelaar en de bewoner. Ik heb mij er vaak op betrapt dat ik eigenlijk het meest houd van streken die door de inwoners zijn achtergelaten. Lege, kansarme gebieden, waaruit de bevolking grotendeels is weggetrokken, op zoek naar een beter leven, dat zij meestal denken te vinden in de stad die wij nu juist weer zijn ontvlucht. Ik houd van die verlatenheid, maar tegelijkertijd bezorgt die luxueuze liefde mij soms een ongemakkelijk gevoel.
Ik moest daar laatst aan denken toen een reisgenoot vanuit een afgelegen streek met zijn mobieltje naar huis probeerde te bellen. ‘Geen bereik,’ mompelde hij mistroostig.
Lang geleden was ik een keer in Wales, in Llanthony om precies te zijn, waar ik na een moeizame wandeling aankwam bij The Half Moon Inn. Ik herinner mij de naam van de barman nog, Rex, een oude man met een gezicht dat eruit zag als een van die weerbarstige woorden uit het Welsh, dat voor bergpas bijvoorbeeld, bwlch. Terwijl ik van mijn bitter dronk, vroeg ik hem naar de uitslag van een interland die de dag daarvoor was gespeeld. Hij haalde zijn schouders op en antwoordde dat zij geen televisie konden ontvangen. Te sneeuwerig. ‘De radio-ontvangst is ook niet best,’ voegde hij eraan toe, ‘the hills, you know.’
Met die heuvels had ik eerder die dag op hardhandige wijze kennisgemaakt. Majestueus hadden de Black Mountains zich rond het middaguur nog afgetekend tegen de horizon, toen het weer nog helder was. Maar toen ik vanuit Pandy het pad omhoog volgde naar Hatteral Hill was het begonnen te regenen. Bovengekomen barstte het noodweer pas echt los. Het viel met bakken uit de hemel en stortte zich op de kale, slechts met heide begroeide heuvelrug, die mij geen enkele plek om te schuilen bood. Het enige dat ik zag waren schapen en wolkenflarden die aan de stekelige hellingen bleven hangen, als plukken watten aan een stoppelbaard. Van het dal ontbrak elk spoor.
Wales is bruin, wist u dat? De grond is bruin, de modder is bruin en als het regent loopt het water in honderden bruine stroompjes langs de hellingen, als verkleurd speeksel uit een mondhoek vol pruimtabak.
Ik kon mijn geliefde OS-gidsje, mijn steun en toeverlaat, niet meer uit mijn zak halen omdat het doorweekt raakte en de bladzijden uiteen dreigden te vallen. Na enige tijd kreeg ik het gevoel dat ik het zijpad naar het dal had gemist. Het was ook moeilijk te zeggen wat nu pad was en wat niet. De schapenpaadjes waarover ik mij een weg probeerde te banen waren veranderd in kleine riviertjes. Op een gegeven moment zag ik door de wolken heen de lichtjes van een huis opdoemen. Ik besloot het zekere voor het onzekere te nemen, daalde af langs de helling, klom over prikkeldraad en bereikte een boerderij. Honderd meter verderop liep de weg door het dal en de laatste kilometers naar Llanthony legde ik zo over het asfalt af.
Het isolement werd de volgende dag nogmaals voelbaar toen ik een praatje maakte met twee kinderen van de boerderij die naast de pub lag. Ze vertelden mij verhalen over ratten en lammetjes, over, jong als zij waren, leven en dood. Ik vroeg hen naar hun school en zij zeiden dat ze ’s ochtends met een busje werden opgehaald. Het jongetje begon de boerderijen op te noemen waar het busje langs ging en de namen van de kinderen die het oppikte: Lisa van Graig-ddu, Ryan van ‘two fields further on’, Frank en Maureen van de Daren Farm een paar kilometer verderop.
Ik heb een foto van ze gemaakt: twee magere kinderen die verlegen naar de grond staren. Te grote schoenen aan hun voeten. Kleding die je nu laagjesmode zou noemen, maar toen nog niet.
Het was droog die dag. De zon scheen. Ik had de bladzijden van mijn gidsje losgepeuterd en laten drogen. De heuvels lieten zich nu weer van hun lieflijke kant zien en ik bedacht dat die twee gezichten model konden staan voor de jeugd van de kinderen hier. Idyllisch en grimmig. Harmonieus en eenzaam. The hills you know.
Geen bereik: het kan een metafoor zijn voor Lisa van Graig-ddu, Ryan van ‘two fields further on’ en al die andere kinderen die op een dag huis en platteland verlaten. Op zoek naar een ander leven. Net als wij.
En soms kruisen ergens onderweg onze paden elkaar.

Advertenties