Publicaties

Slakkengang (2012)
Laatst fietsten mijn vrouw en ik vanuit ons huis in Amstelveen naar de overkant van het IJ. We zetten onze fiets neer in Durgergdam, het oude havendorpje aan de oude Zuiderzeedijk. In het rek bij de Oude Taveerne, met het vooruitzicht daar straks koffie te gaan drinken. Of warme chocolademelk met slagroom.
Durgerdam.  Ik kom er graag in de winter. In de zomer is het me al snel te druk, maar buiten het seizoen is het er heerlijk. Een lint van houten huisjes, veel meer is het niet. Aan de voorkant kijken ze uit over het Buiten-IJ, aan de achterzijde over een poldertje met de naam Durgerdammer Die.
Het is er mooi, vind ik.
>lees verder

Sapstroom (2011)
Mijn vrouw kijkt uit naar de winter. Zij houdt van sneeuw en ijs, schaatsen en skiën.
Ik niet. Ik houd wel van de winter, hoor, dat is het niet. Maar de winter is voor mij de tijd van binnen. Van Sint en Kerst, dat wel, maar niet van wintersport.
Ik krijg juist de neiging om mij terug te trekken in mijn hol. Met een hoge stapel boeken en veel calorierijk comfort food: chocolade, appeltaart, stoofschotels, specerijen en dikke soepen.
‘Kan er niks aan doen,’ zeg ik tegen vrouwlief, ‘kijk maar naar de natuur, het is evolutionair bepaald.’
Zij heeft absoluut geen last van dit soort dingen. Krijgt juist zin om dingen aan te pakken en op te ruimen.
Zij zegt: ‘Zullen we het siergras afknippen, die verdroogde halmen waaien door de hele tuin.’
‘Zonde van het wintersilhouet,’ verzucht ik en nestel me in een hoekje van de bank.
>lees verder

Een blootje (2011)
De Tafelberg. Een rimpeltje in het Gooi, van 36 meter boven NAP. Ik bracht er de zomers van mijn jeugd door; mijn vrouw is een handvol kilometers verderop geboren. En hoewel we elkaar vele jaren later op een heel andere plek tegen het lijf zijn gelopen, voelt het toch als een stukje gemeenschappelijk verleden.
We komen er graag. In de winter, als rijp of sneeuw de welvingen van het landschap wit kleuren. In augustus, als de heide bloeit. En in de herfst, als de grond bruin is, de hemel mistig en de berkenstammetjes niet meer dan beverige penseelstreekjes zijn.
‘Je hebt het me wel eens verteld,’ zegt zoonlief, ‘maar waarom heet het hier eigenlijk Tafelberg.’
‘Omdat er lang geleden een oriëntatietafel op de top stond.’
‘Maar ik zie geen berg.’
Ik kijk om me heen en geef hem gelijk. Het hoogteverschil is in geen velden of wegen te bekennen. Toch is het er wel.
>lees verder

Vergeten groenten (2011)
Al mijn hele tuinleven lang droom ik van een moestuin. Het is een romantische gedachte, waarin ik mijzelf met schep en schoffel bezig zie in de weerbarstige klei. Een kruiwagen mest hoort erbij en rubber laarzen. En het gezicht en de stem van de in 1996 overleden Geoff Hamilton, die 17 jaar lang Gardener’s World presenteerde. ‘The richness of the soil,’ hoor ik hem dan altijd zeggen, of woorden van gelijke strekking, terwijl hij met zijn handen door de aarde woelt. Dat zou ik ook wel willen doen. Met mijn handen door de aarde woelen. En aan het eind van de dag met een emmer aardappelen, worteltjes en boontjes thuis komen. Waar we dan iets lekkers van klaar maken. Geroosterde aardappeltjes met veel knoflook en rozemarijn. Boontjes met harde schapenkaas  en citroenmelisse. Tomaatjes met dragon. Super vers en helemaal puur. Al passen die laatste woorden niet echt bij het beeld. Maar ja, probeer maar eens woorden te vinden die nog wel authentiek klinken nu ‘vers’, ‘puur’ en ‘eerlijk’ door de commercie zijn geconfisceerd.

>lees verder

Zen en de kunst van het achterlaten (2011)
Dankzij Google ga ik dit jaar met een veel geruster hart op vakantie. Ik zal u dat proberen uit te leggen. Het heeft te maken met de vreemde kant die er, voor een tuinbezitter althans, zit aan het op vakantie gaan. Een beetje alsof je halverwege een voorstelling wat gaat drinken in de lounge van het theater, om tegen het eind je stoel weer op te zoeken. Zo voelt het elk jaar tenminste wel als wij op het punt staan om op vakantie te gaan. Op het hoogtepunt van het jaar kijken we vol bewondering naar onze tuin – om hem vervolgens voor drie weken aan zijn lot over te laten. Daar zit iets vreemds in, vindt u niet? Zo heb ik mijn Phloxen volgens mij nog nooit op hun mooist gezien.
>lees verder

Juffertjes en straatmeiden (2011)
Rozen, ik heb er een wat moeilijke relatie mee. Een vriend van mij zei ooit dat-ie het maar verfrommelde zakdoekjes vond en ik moest hem ergens wel gelijk geven.  Sindsdien hoor ik zijn woorden steeds als ik zorgelijk naar ze kijk. Ik heb het dan niet over mijn klimroos, die robuuste New Dawn, Engelse plattelandsvrouw, twee voeten stevig op de grond, beschaafd en belezen, maar niet bang voor klei aan haar handen. Nee, mijn zorg betreft een ander type.
>lees verder

Nieuwe natuur in de voortuin (2010)
Het is de tijd van het Grote Staren. Naar buiten. Naar de tuin in winterrust.
Naar de voortuin, bijvoorbeeld. Ik wilde die het afgelopen najaar al onder handen nemen. Op de schop. Helemaal anders. Of eigenlijk wilde ik dat het vorig voorjaar al. En ik kan me zelfs herinneren dat ik in 2008 al eens woorden van gelijke strekking heb geuit.
>lees verder

Natuurlijk (2010)
Het blijft vreemd gesteld met de natuur in Nederland. Ook met de discussies daarover, trouwens. Soms hoor je iemand van een of ander Planbureau zeggen dat de Achterhoek en de heuvels van Zuid-Limburg wel mooi zijn, maar dat half Europa er uitziet als de Achterhoek en dat alleen de delta met zijn natte natuur eigen is aan Nederland.
Vreemde argumentaties vind ik dat.
Misschien kunnen we heel Oost-Nederland gewoon aan Duitsland geven en het zuiden aan de Belgen. Voorbij Utrecht versta ik ze toch niet meer.
Zoiets.
>lees verder

Kerst-ommetje (2010)
Het is een kleine traditie geworden bij ons thuis – en ik houd wel van tradities. Zeker met Kerst. Op Tweede Kerstdag maken wij na het ontbijt een wandeling. En daarna gaan we ’s middags naar de film. Het is een prettig soort traditie, vind ik. Niet alleen omdat het lekker is om even de neus buiten de deur te steken, frisse lucht in te ademen en het lichaam in beweging te zetten, maar ook omdat het niet zoveel om het lijf heeft. De meeste tradities rond deze dagen zijn namelijk tamelijk zwaar en serieus van aard. Ik vind het prettig om daar iets lichts en onbeduidends tegenover te zetten. Voor de balans, zullen we maar zeggen.
>lees verder

Uitgestelde weemoed (2009)
Men zou kunnen zeggen dat het wandelen mij in het bloed zit, dat het mij is ingeprent in mijn kinderjaren, maar wat betekenen die woorden helemaal. Ze verklaren niet waarom ik het doe en er eenmaal aan begonnen bijna niet meer mee kan ophouden. Als ik loop is het mijn natuurlijke drang om het ene been voor het andere been te zetten. Dat klinkt misschien evident, maar dat is het niet. Op de fiets, bijvoorbeeld, moet ik altijd de neiging bedwingen om mijn benen stil te houden. De stap is de ademhaling van mijn lichaam en het ritme van mijn geest. Aan elke pas zou ik het liefst een volgende willen toevoegen, in een nooit eindigende, zich alsmaar voortzettende reeks. Niet om ergens aan te komen, want aankomen doe ik al bij de eerste schrede die ik zet, maar om ergens weer weg te gaan. Het idee van oneindigheid. Misschien is dat het wel wat wandelen zo aangenaam maakt.
>lees verder

Onvervulde beloften (2009)

Weinig dingen schrijnen zo mooi als het idee van onvervulde beloften. Als een wondje dat wij open willen houden en waarvan wij, verslaafd aan de pijn, het korstje telkens weer lospeuteren, ons hele leven lang.
Het moet in 1968 zijn geweest dat ik voor de eerste keer in mijn leven foto’s van wielrenners zag. Ze hingen aan de muur van mijn oom Jans werkplaats in de Burco fietsenfabriek, aan de Kerkstraat in Amsterdam. Een enkele keer bezocht ik hem daar, samen met mijn vader. Het was niet zo heel ver bij ons vandaan. Mijn oom Jan, een lange, slanke man, was de broer van mijn vader. Hij had dun haar dat hij met grote zorgvuldigheid over zijn schedel kamde, waar het overigens nooit lang wilde blijven liggen. Ook zijn handen en zijn ogen kenden eenzelfde rusteloosheid als zijn haar.
>lees verder

Darwinjaar (2009)

Ik was de enige bij ons thuis die las, maar deed dat met een gretigheid en vraatzucht die groot genoeg was voor ons allemaal. Hoeveel eerbied mijn vader en moeder ook voor kennis in het algemeen en boeken in het bijzonder hadden, lezen deden zij niet. Er stond een reeks gebonden boeken van de Arbeiderspers in onze kast, die zij ooit uit politieke sympathie of omdat zij geen nee konden zeggen tegen een colporteur, hadden aangeschaft, maar nooit, behalve dan voor het afstoffen, ter hand hadden genomen. Natuurlijk las mijn moeder de Margriet en waren wij geabonneerd op de VARA-gids en Het Parool, zoals het mensen uit onze kringen betaamde, maar een boek lezen deden wij niet.
>lees verder

Najaarsmoeheid [2008]

Elk jaar zie ik voorjaarsborders vol tulpen, krokusjes en narcissen voor me. En elk jaar vergeet ik ze te planten, in de herfst.
Er is een moment in de nazomer dat ik de uitgebloeide bloemknopjes niet meer uit mijn Knautia knip, ongewenste zaailingen met rust laat, rozenbottels niet meer wegknip en een omgewaaide bloemstengel laat liggen waar-ie ligt. Waarop ik de tuin de tuin laat en de deur naar de herfst open zet.

>lees verder

Sagrada Familia [2008]

Elk jaar rond deze tijd zijn er tientallen werklieden in mijn tuin actief. Niets trekken zij zich aan van ons, de bewoners van het huis, het weer, of wat er om hen heen gebeurt. Met z’n allen zijn zij maar met één ding bezig: mijn bescheiden tuintje om te toveren in een heuse kathedraal.
>lees verder

Cappuccino [2008]

Hoogzomer. De tuin op zijn mooist. Soms vraagt iemand mij wat ik de mooiste van mijn planten vind. Dat is net zoiets als vragen welk kind je het liefste is. Maar als ik toch een favoriet moet aanwijzen, dan gaat mijn keus vandaag uit naar het geslacht Eupatroium – maar morgen kan dat weer anders zijn.
>lees verder

Reikhalzen [2008]

Hoe hoog worden planten? Ik heb me altijd verbaasd over de maten die zo exact in tuinboeken staan. Zo hoog als nodig is, zou mijn antwoord luiden. Zo hoog als nodig is om zonlicht te vangen. En de aandacht van bijen, vlinders en ander insectenvolk.
>lees verder

Sauce Hollandaise [2008]

Het lezen van tuinboeken en catalogi behoort zondermeer tot mijn favoriete bezigheden. Als wijn door een glas, zo laat ik de namen van de planten door mijn mond walsen. Cerise Queen, Boule de Neige, Burgundy Glow, Lady Gilmour, Queen Charlotte, September Ruby, Darkest of All. Namen die zich loszingen van de planten waar zij bij horen en die mij doen wegdromen, zoals een roman dat kan doen. Madame Edouard André, Comtesse de Bouchaud, Madame Julia Correvon, Marie Boisselot. Wie waren zij? Welke verhalen liggen er in hun namen opgesloten?
>lees verder

Poste Restante – fragment [2008]

Het was op de dag dat God Zelf Zijn levenswerk van een naam voorzag. Met wollige, witte letters schreef Hij hem op het hemelsblauwe doek, onder het voortbrengen van het zacht brommende geluid van een vlieg, gevangen tussen de vitrage en het raam van het zomerhuisje. We lagen in de kom van een duin, op onze rug in het warme zand, schermden met een hand onze ogen af tegen de zon en keken toe hoe de letters aan de wolkenloze hemel verschenen, een voor een, met sierlijke rondingen: Lexington.
>lees verder

Heuvelland [2008]

Over de sensualiteit van een landschap, hebben we het daar al eens over gehad? Ik moest daar aan denken toen ik laatst in de grensstreek van Limburg en België was. Wij verbleven pal op de grens, grenspaal 24 stond voor onze deur. Aan de ene kant keken wij uit over golvende velden waarachter de kerktoren van Mheer zijn hoofd boven water probeerde te houden. Aan de andere kant van de boerderij lag een van de mooiste dalen van de Voerstreek, dat rond kasteel Altembroek.
>lees verder

 

Hoeksteen van de border [2008]

Er zijn planten om verliefd op te worden. Planten van een verblindende schoonheid. Teer, onwaarschijnlijk van tekening, dromerig van blad, betoverend van kleur. Planten die je het hoofd op hol brengen. Voor wie je alles en iedereen zou willen verlaten. Maar meestal ook met een kortstondige bloei.
>lees verder

Schaduwborder [2008]

Soms droom ik van tuinen. Vooral in het voorjaar, aan de vooravond van de zomer. Als de borders vol verwachting zijn. Laatst nog, in het voorjaarszonnetje. Ik zat op het bankje met mijn rug tegen de warme baksteentjes van de muur. Kopje koffie in de hand. Als je geduld hebt kun je de planten nu zien groeien.
>lees verder

Mont Ventoux [2008]

Met veel belangstelling keek ik vorige week naar Parijs-Nice. Niet alleen vanwege de prestaties van Robert Gesink, hoe mooi die ook waren. Nee, de Rit naar de zon bezorgt me altijd een gevoel van lente. Van Parijs naar Nice gaan, half maart: wie wil dat niet? Wandelen in de voorjaarszon langs de Promenade des Anglais. Over de Boulevard de Cimiez de heuvels in, naar het Musée Matisse. Aan fietsen denk ik dan niet direct, nee.
>lees verder 

De roes van het snoeien en de Zen van het binden [2008]

Zou de voorjaarsschoonmaak echt in onze genen zitten? Zouden wij uit een soort instinct na onze winterslaap weer ramen en deuren openzetten, de zon binnen laten en aan de slag gaan? In de tuin heb ik dat gevoel wel. Binnenshuis minder, moet ik toegeven.
>lees verder 

De geur van vroeger [2008]

Stelt u zich eens voor. Een klimplant die elk jaar meterslange ranken produceert en zich na de bloei eenvoudig terug laten snoeien. Zeer vroeg bloeiend, in maart soms al, als de winter nog niet eens helemaal ten einde is. In trossen witte, stervormige bloemen, een van de mooiste die ik ken, weken lang. Waarvan de ranken een bijna purperen kleur hebben en grote, lancetvormige, glimmende bladeren. En alsof het niet op kan, is hij nog wintergroen ook deze plant. Klinkt als een sprookje, vindt u niet? En dat is het ook. Als een sprookje zo mooi. Maar echter dan echt.
>lees verder

Kinderkopjes [2008]

Wintersilhouet. Beetje een modewoord, vindt u niet? Planten worden aangeprezen omdat zij zo’n mooi, decoratief wintersilhouet hebben. Natuurlijk, ook ik kan met genoegen kijken naar de berijpte halmen van mijn siergrassen, naar de kale takken van de heesters, de ingedroogde bloemenschermen, het afgestorven blad waarover de vorst een laagje poedersuiker heeft gestrooid. Prachtig!
>lees verder 

Lichttherapie [2008]

Van niets alles maken. Goud uit steen, licht uit duisternis, leven uit dode materie. Alchemisten waren er eeuwenlang naar op zoek. Planten doen het elk jaar. Daar moest ik aan denken toen ik dit late najaar ons verzakte terras probeerde te effenen. De planten hadden zich onder de grond teruggetrokken. Wat ons bovengronds restte was de rommel na een feestje. En de herinnering eraan.
>lees verder

Spring in ‘t veld (2007)

De Viola labradorica is een niet meer dan tien centimeter hoge bodembedekker. Een bladhoudend Bosviooltje met een mooi hartvormig, purperen blaadje en kleine, lichtpaarse bloemetjes. Eigenlijk klinkt zijn naam veel te stoer voor het iele plantje. Die doet me altijd denken aan grote, breedgeschouderde honden en koude, onherbergzame schiereilanden met rotsige kusten, die als aambeeld dienen voor de onophoudelijke mokerslagen van storm en zee. Toch zal het dat landschap zijn waarin het zich staande heeft weten te houden en waaraan het zijn robuustheid, weerstand en aanpassingsvermogen te danken heeft.
>lees verder

De hand van God en de voet van Butcher (2007)

Hoe zou het met Diego Maradona zijn? Met zijn gewicht, zijn verslavingen, zijn carrière als coach? Al een tijdje niets meer over hem gehoord. Elke keer als hij met hartproblemen in het ziekenhuis wordt opgenomen, als zijn gewicht de honderd kilo overschrijdt en zijn bijnaam Pluisje alleen nog met ironie wordt uitgesproken, vraag ik me altijd af hoeveel necrologieën er al klaar liggen in de laden van redacteuren – en voel ik meteen de drang om mijn voetnoot toe te voegen aan het levensverhaal van deze geniale gek.
> lees verder

Der Mann ohne Eigenschaften (2007)

Het was een jaar of vijf geleden. Toen Danny Blind nog trainer was van de A1 van Ajax en Marco van Basten bij hem stage liep. Welke wedstrijd het was weet ik niet meer. Hedwiges Maduro speelde mee, dat weet ik nog wel. Ik zat op de kleine tribune aan het hoofdveld van sportpark de Toekomst, waar de jeugd van Ajax zijn wedstrijden speelt.
> lees verder

Verregende baljurkjes (2007)

Er zijn planten waarmee ik soms een beetje medelijden heb. Met de Kirengeshoma palmata bijvoorbeeld, of Japanse wasbloem in het Nederlands. Niet omdat de plant er zieltogend bij zou staan, want zowel in mijn voor- als achtertuin doet hij het prima. Ook niet omdat het een lelijke plant zou zijn. Integendeel, alles is mooi aan deze plant: de bladeren, de stengels, de bloemknoppen, tot de zaaddozen aan toe. Het is bovendien een uiterst gemakkelijke plant die met elk plekje tevreden is. Zelfs in diepe schaduw doet-ie het nog – waar vind je nog zo’n plant?
> lees verder

Le Parfum du rêve (2007)

Het blijft een wonderlijk medium, het web. Geheugen van de wereld, rustplaats voor zwerfvuil, objets trouvés, lost and found. Laatst kwam ik er zo maar de naam van iemand tegen, Marthe Geraud. Wie dat is? Ik zal het u vertellen.
> lees verder

Place Fred de Bruyne (2007)

Zou er, net zoals er in de natuur een seizoen voor zaaien en een voor oogsten is, ook in een mensenleven een fase zijn waarin interesses, passies, vriendschappen en liefdes worden gezaaid? Een periode waarin wij ontvankelijk zijn voor al die dingen die een mensenleven meegaan en die ons maken tot de persoon die wij later blijken te zijn? Misschien wel, ja. Dan kan dat toch bijna niet anders zijn dan onze kindertijd en adolescentie, denkt u ook niet? De periode waarin het onbeschreven blad dat wij zijn beschreven wordt. Waarin de vruchtbare bodem open staat voor al het zaad dat komt aangewaaid, meegevoerd door een windvlaag, wie weet waarvandaan. Gril van de natuur, gift van de wind, cadeautje voor het leven.
> lees verder

Meisjesogen (2007)

Er is een plant waarvan de Nederlandse naam Meisjesogen luidt. Coreopsis, een tamelijk saaie plant met gele bloemen, klein model zonnebloempje – geen idee waar die zijn welluidende naam aan heeft verdiend. Maar die bedoel ik niet.
Ik kocht mijn Aster cordifolius ‘Silver Spray’ een paar jaar geleden. Om het elegant gepunte blad aan het donkere steeltje en de belofte van wolken bleekblauwe bloemetjes met een geel hartje, zoals dat zo mooi in tuinboeken heet.
> lees verder 

Dierenleed (2007)

Eigenlijk maak ik nooit iets mee. Ook niet op het gebied van dieren. Zo heb ik nog nooit aan whale watching gedaan op de Azoren. Of tijdens een safari in Afrika oog in oog gestaan met groot wild. Evenmin kan ik verhalen van ontmoetingen met gifslangen, spinnen of Grizzly’s, aan wier dodelijke kaken ik ternauwernood zou zijn ontsnapt. Nee, de enige spannende momenten heb ik beleefd met vervaarlijk blaffende waakhonden, die ik in mijn beste Frans, Duits, Italiaans of Engels probeerde te kalmeren. Wat zelden lukte overigens. Of dat aan de inborst van het dier lag of aan mijn matige talenkennis weet ik niet.
> lees verder

Avondschaduw (2007)

Het was in Toscane, in de buurt van San Gimignano, het plaatsje met de beroemde torens. We waren er ‘s middags heen geweest. Een beetje hoogtepuntmoe hadden we op het terras van Bar Jolly gezeten, iets gedronken en om ons heen gekeken. Het was het eind van de middag en het eind van de vakantie en het was wel goed zo, vonden we. We deden wat boodschappen, kochten wat lekkernijen en stapten in de auto. Hadden we een plan toen we wegreden? Of verdwaalden we min of meer? Ik weet het niet meer. Het is lang geleden. Hoe dan ook, we kwamen in Montauto terecht, op een heuvel een paar kilometer verderop. Op een slechte grindweg draaiden we naar boven. Een paar laatste zeer steile meters waarop de wielen bijna geen grip meer hadden en toen waren we er. Alleen maar omdat er geen mogelijkheid om te keren was geweest.
> lees verder

Along came Betty (2007)

Ze zijn populair, de tv-programma’s waarin mensen hun leven op z’n kop zetten, Nederland verlaten en zich in Frankrijk, Italië, of waar dan ook vestigen, om een camping te beginnen of een chambre d’hôte. Het roer om. Ik vertrek. Ik geloof dat ze zo heten. Een populair format, zoals dat tegenwoordig wordt genoemd.
Ook ik heb die aanvechting wel eens, om mijn leven achter mij te laten en iets anders te gaan doen. Of hetzelfde, maar dan op een andere plek. Zij het dan dat ik er nooit over denk om een camping te beginnen. Mijn dromen zijn van een andere stof gemaakt.
> lees verder

Uitgestelde weemoed (2006)

Nederland is een land dat zich voor de wandelaar niet zo gemakkelijk gewonnen geeft. Het is geen landschap dat zich direct in al haar schoonheid aan je toont en uitroept: ‘Kijk hoe mooi ik ben, neem mij!’ Het is een landschap waar je oog voor moet hebben, dat close reading vergt, maar dat aan de andere kant geschapen is voor de trage pas van de wandelaar, al was het alleen maar vanwege het formaat en de kleine schaal.
> lees verder

Loekie, loekie (2006)

Waarom beklimmen wij een berg? Omdat wij nieuwsgierig zijn naar het landschap dat erachter schuil gaat. Tenminste, dat zou mijn antwoord zijn. Ik had die septemberdag op Kreta mijn nieuwsgierigheid een naam gegeven, Lassithi hoogvlakte, en ik zei tegen mijzelf dat ik daar naar op weg was. Vraagt u mij niet waarom.
> lees verder

Mars Hill (2006)

De melancholie van verloren dingen, verstreken kilometers en toevallige passanten. Daar moest ik gisteren aan denken toen ik mijn schoenen uit de kast pakte. Ik hield ze een tijdlang in mijn handen, liet mijn blik liefkozend over het bovenwerk gaan en streelde teder de groeven en rimpels in het leer.
> lees verder

La Partita del Secolo (2006)

Tot een aantal jaren terug, toen ik nog niet aan de schoolvakanties was gebonden, kwam het vaak voor dat ik tijdens een EK of WK niet in Nederland was. Juni is een mooie maand om weg te gaan. Zeker als een naar psychose neigende toestand zich meester heeft gemaakt van ons land. Nu moet u niet denken dat ik niet van voetbal houd. Dat doe ik wel. Sterker nog, ik ben verslingerd aan het spelletje en als men mij vraagt wat ik wil worden als ik later groot ben, dan luidt mijn antwoord nog altijd ‘profvoetballer’, al wordt die vraag mij hoe langer hoe minder gesteld.
> lees verder 

Polderspoor (2006)

Laatst wandelde ik op een zondagmiddag van Amstelveen naar Uithoorn en weer terug. Twee keer rechtdoor door de polder. Een keer wind in de rug en een keer in het gezicht. Maar toch een wandeling met heuse markeringen en een heuse naam: Polderspoorpad. Op sommige dagen krijg je wel eens het idee dat wij het wandelen iets te serieus nemen. Moeten we niet doen, er worden al zoveel dingen veel te serieus genomen. Maar aan de andere kant, als we het niet deden zou er in korte tijd misschien wel niet meer zoveel te wandelen zijn.
> lees verder

Geen bereik (2006)

Er bestaat een vreemde spanning tussen de wandelaar en de bewoner. Ik heb mij er vaak op betrapt dat ik eigenlijk het meest houd van streken die door de inwoners zijn achtergelaten. Lege, kansarme gebieden, waaruit de bevolking grotendeels is weggetrokken, op zoek naar een beter leven, dat zij meestal denken te vinden in de stad die wij nu juist weer zijn ontvlucht. Ik houd van die verlatenheid, maar tegelijkertijd bezorgt die luxueuze liefde mij soms een ongemakkelijk gevoel.
> lees verder

Waterland (2006)

Een echte fietser ben ik niet. Ik fiets wel, hoor, begrijpt u me goed, ik vind het zelfs leuk om te doen, maar een echte fietser ben ik niet. Hoe ik dat zo zeker weet? Omdat ik op de fiets altijd de neiging moet bedwingen om mijn benen stil te houden. En ik heb zo het idee dat die eigenschap de echte fietser van de gemaakte fietser onderscheidt.
> lees verder

De kinderkamer van het wandelen (2006)

Hij heeft een helm op. Dat wel ja. Maar geen beenbeschermers, armbeschermers of gebitsbeschermer. En evenmin zit er aan zijn helm een vizier dat zijn ongeschonden gezichtje voor elke beschadiging moet behoeden. En ach wat bolt zijn gele T-shirtje gevaarlijk op als wij naar beneden zoeven, Nederland uit en België in. Ik had een detachement rijkswachters moeten inhuren om elk kruispunt af te zetten.
> lees verder

 Doodlopend baantje (2006)

Natuurlijk zat ook ik dit voorjaar weer aan de buis gekluisterd toen de Ronde van Vlaanderen werd gereden. Om de koers te volgen, allicht, om te genieten van Tom Boonen, natuurlijk, maar ook omdat ik elk jaar weer een glimp hoop op te vangen van de plekken waar ik een kleine tien jaar geleden ben geweest.
> lees verder 

Au bout du monde (2006)

Ik ben vast niet de enige die van landschappen droomt. Waar mijn voorkeur in werkelijkheid breder is, daar zijn mijn gedroomde landschappen altijd heuvelachtig, maar zonder pittoresk te willen zijn. Of bergachtig, maar dan zonder ongenaakbare toppen. Ze zijn leeg, natuurlijk, hoe kan het anders, en nu eens lieflijk en dan weer ruig, al naar gelang het weer, het licht en het seizoen. Het zijn gebieden waar de boomgrens laag ligt, waar de toppen door langgerekte ruggen met elkaar zijn verbonden en je de illusie hebt over het dak van de wereld te lopen.
> lees verder

Treloyvan Farm (2005)

Met clotted cream, apple crumble en de uitvinding van de tie-break behoort de Bed & Breakfast ongetwijfeld tot het beste dat Engeland heeft voortgebracht. Hoewel het fenomeen de laatste jaren ook een vaste voet op Nederlandse bodem heeft gezet, valt er toch nergens zo van te genieten als in Engeland zelf. Dat komt misschien doordat een B&B Engeland zelf is, maar dan op de schaal van een poppenhuis.
> lees verder

Watskeburt (2005)

Hoewel lezen en vakantie voor mij onlosmakelijk met elkaar zijn verbonden en een goed boek in niet geringe mate bijdraagt aan het vakantieplezier, kan ik mij enige tijd later nog slechts met moeite herinneren welk boek ik op welke plek heb gelezen. Het is zeker niet zo dat boek en landschap in mijn beleving zijn versmolten, dat er een kruisbestuiving heeft plaatsgevonden tussen tekst en omgeving en dat zij zijn vervlochten tot één herinnering.
> lees verder

Kèk (2005)

Tot de genoegens van het alleen reizen behoort zonder meer de grotere kans op ontmoetingen, op aangenaam en kort gezelschap van mensen die passanten zijn, net als jij. Mensen wier wegen voor een kort moment de jouwe kruisen, even gelijke tred houden, om daarna alleen weer verder te gaan.
> lees verder

Theme Park (2005)

Vorige maand zag ik een lepelaar. Zo maar. In het watertje langs de weg die ons wijkje met het volgende verbindt. Ik stopte met fietsen, stapte af en keek toe hoe de vogel met zijn snavel door het water roerde, alsof hij iets verloren was.
> lees verder

James Hunt (2005)

Internet en reizen zijn inmiddels op velerlei wijzen met elkaar verbonden. Men zoekt en boekt niet alleen via het internet, maar laat daar ook zijn foto’s en verhalen achter. Het reizen over het web heeft bijna de vorm aangenomen van een werkelijke trektocht, zoals een vakantie in de werkelijkheid, getuige de verhalen, bij sommigen wel een zoektocht van het ene internetcafé naar het andere lijkt te zijn.
> lees verder

Ballo Liscio (2005)

Er zijn landschappen waarmee je een band lijkt te hebben die ouder is dan je zelf bent. Dat was de gedachte die bij mij opkwam toen ik tien jaar geleden in Toscane was, uitkijkend vanaf ons terras over de heuvels, die altijd nevelige heuvels, die gebukt lijken te gaan onder hun last van eeuwen.
> lees verder

Zo vergaat een meisje – fragment (2003)

Langzaam bolde het gordijn op, zakte toen weer in elkaar en vleide zich tegen het raamkozijn. Het zoog de longen weer vol, zette  zich af tegen het houtwerk en gleed opnieuw de kamer in. In eenzelfde ritme opende en sloot dokter Fontijn zijn ogen, langzaam ontwakend uit zijn middagslaap. Hij gaapte, draaide zich op zijn zij en keek de kamer rond, beetje bij beetje wennend aan het idee weer wakker te zijn.
> lees verder