Lieu de mémoire

Kwam er vanmorgen achter dat het flesje afwasmiddel dat wij deze zomer in Frankrijk kochten bijna op is. Paic Excel. Ultra Degraissant, volgens het etiket, Brillance Extrême. Het is paars. Het afwasmiddel wel te verstaan, het flesje zelf is doorzichtig. Het ruikt lekker. Naar Frankrijk. Naar vakantie.
Ik opende de keukenkastjes, doorzocht de lades, op zoek naar meer relikwieën. Ik vond er één: een blikje Pâté de Foie van de Casino. Qualité Supérieure. Tenminste houdbaar tot 17 april 2012. Prettig idee vond ik dat – en zette het terug in het hoekje van de la waar ik het gevonden had.
Hoekje van vergeten dingen.
Lieu de mémoire.

Herfst

Waar het in mijn voorlaatste post nog lente was, is nu het najaar al weer aangebroken. Het kan verkeren.
Soms is het goed om een stap achteruit te doen. Afstand te nemen. De pen een tijdje neer te leggen. En ach, het verlangen naar en terugkijken op de zomer  is vaak mooier dan de consumptie zelf.
Daarom is de stap van de belofte van een zomerdag naar de herinnering ervan maar een kleine.
Belofte en herinnering, daar draait het misschien wel om, ja.
En niet alleen bij de seizoenen.

April is the cruellest month

Vorige week stond ik aan het einde van een zonnige dag buiten, in de achtertuin.  Het was het begin van de avond, net na het avondeten. Terwijl ik naar de tuin stond te kijken, waar ik door omstandigheden dit jaar nog veel te weinig aan heb gedaan, hoorde ik een geluid dat ik meteen herkende: het stuiteren van een bal in het gangetje tussen ons huis en dat van mijn buurman. Het gangetje voert naar het voetbalveldje hier in de wijk en wordt veelvuldig gebruikt door kinderen. De stuit van de bal op de trottoirtegels wordt weerkaatst door de muren van onze huizen. Een echo is het niet echt, een galm evenmin. Het is alsof het geluid van de bal wordt overgenomen door de muren en versterkt wordt doorgegeven. Ja, alsof de twee muren, die op niet meer dan krap vier meter van elkaar staan, elkaar het geluid toeroepen: kabauwwauw, kabauwauw, kabauwauw. Hartslag van de jeugd. Hartslag van de zomer.
En meer nog dan de langer wordende dagen, de uitbottende struiken of de crocusjes, narcissen en andere voorjaarsbloemen die zich tonen, is het dit geluid dat voor mij de komst van de zomer aankondigt.
Ik luisterde naar het wegstervende stuiteren van de bal. Naar de zachter wordende stemmen van mijn overbuurman en zijn zoontje. En plotseling vroeg ik mij af of ik ooit zelf nog een balletje zou trappen.
Met het ouder worden van mijn zoon is wellicht mijn laatste alibi verdwenen.

Kadootje van de zomer (2)

En zo nog maar een gekregen, het kan niet op. Of nee, het kan wel op, dat is het ‘m nu juist. Het is bijna op, dat restje zomer. Laten we zuinig doen. Elke dag een stukje. De zomer op rantsoen.
Maar goed, gisteren nog een keer volop van genoten. Naar het Singer in Laren, de tentoonstelling van Anton Mauve bezocht. Nog nooit zulke mooie schaapjes gezien. Ook niet in het echt, toen we zelf over de hei wandelden en bij de schaapskooi bleven kijken. ‘Vind die van Mauve toch mooier,’ mompelde ik, waarop echtgenote instemmend knikte.

Anton_Mauve

Spiaggia Duoglio (2)

Overigens zouden we Mina, of Mina Mazzini zoals haar volledige naam luidt, kunnen kennen. Van het lied Parole, parole dat ze samen met acteur Alberto Lupo zong, hoewel dat vooral in de versie van Dalida en Alain Delon een hit is geworden.

Moeilijk te zeggen welke mooier is. Oordeel zelf. Dat Delon beter is dan Lupo, dat behoeft geen betoog.

Spiaggia Duoglio

Ik was deze zomer in Italië. In Pogerola, een dorpje dat driehonderd meter hoog boven Amalfi tegen de heuvels ligt geplakt. Op een dag lieten wij ons met een bootje naar het even verderop gelegen Spiaggia Duoglio brengen, een strandje omsloten door steile kliffen. We huurden er een parasol en twee bedjes bij een strandtentje dat de naam I due scugnizzi droeg, wat in het Napolitaans zo veel wil zeggen als ‘de twee straatjongens’. Die twee straatjongens waren twee oude mannetjes, die waarschijnlijk met z’n tweeën al een half leven lang het strandtentje bestierden. Niet zonder succes overigens, want het strandje was vol, de espresso subliem en het eten heerlijk. Ze draaiden er bovendien fantastische muziek, die, toen ik er naar vroeg, van de zangeres Mina bleek te zijn. Het waren Napolitaanse liederen, zo legde een van de twee straatjongens me uit, live opnames, met spaarzame jazzy begeleiding die soms ook wel iets van Astor Piazzolla weg had. De entourage van het strand, de branding, de rotsen, de vakantie, de wijn en de zon, het zal ongetwijfeld mee hebben gespeeld, maar dat ik deze muziek ook thuis bij de centrale verwarming prachtig zou vinden, dat wist ik zeker.
Thuisgekomen ging ik op zoek. Google, YouTube, de inmiddels spaarzame hoofdstedelijke speciaalzaken op muziekgebied. Ik vond veel, heel veel, maar de muziek die ik bij de Napolitaanse straatjongens had gehoord die vond ik niet. Sommige nummers komen in de buurt. Deze, het Spaanstalige Nostalgias, vind ik een van de mooiste die ik ben tegengekomen. En als ik mijn ogen sluit, dan is het bijna, bijna, maar net niet helemaal.