Op 14 december 2008 schreef ik over mijn zoektochten langs de digitale snelweg naar mijn naamgenoten, de René Snoek van Snoek Centraal Stofzuiger Apparatuur bijvoorbeeld, de tennisser van TC Lekkerkerk of de waterpolocoach. Vandaag maakte ik weer een ommetje en las dat een andere naamgenoot van mij recentelijk door het noodlot is aangedaan. Studio Hairstyle, de kapsalon van René Snoek en Ria Gelderblom (‘zij zorgen met hun veelzijdige team van stylisten dat je je iedere keer weer thuis voelt’) is door een uitslaande brand in as gelegd. ‘Ik hoorde de kettingzaag. Foute boel’ kopt Het Kontakt onheilspellend. Op 2 januari, ‘terwijl Lekkerkerk uitbuikt na de feestdagen’, volgens wederom Het Kontakt. Het artikel eindigt optimistisch. De eigenaren laten zich niet kisten en zijn supergemotiveerd om het pand weer in de oude staat te herstellen. En dat de klanten voorlopig terecht kunnen in het voormalige pand van babyspeciaalzaak Mudde aan de Burgemeester Roosstraat, geeft zelfs mij weer goede moed.
En opeens ging er toen een lichtje bij mij branden: de kapper en de tennisser zijn een en dezelfde persoon.
Tagarchief: zoeken
Zelfbegoogeling
Ik geloof dat bijna iedereen het wel eens doet. Uit ijdelheid, nieuwsgierigheid, of uit verveling. Met de eigen naam als zoekopdracht het web af speuren. Ikzelf doe het ook regelmatig. Uit nieuwsgierigheid, verveling en, vooruit, uit ijdelheid.
Maar niet alleen om te zien wat er over mijzelf is gepubliceerd op het web. Even nieuwsgierig ben ik naar de zoekresultaten die andere mensen betreffen met dezelfde naam als de mijne. De René Snoek van Snoek Centraal Stofzuiger Apparatuur, bijvoorbeeld. Of de tennisser van TC Lekkerkerk (in het gemengd dubbel met 7-6 verloren van Miranda Lagerwaard en Frank Groenen). Er is een naamgenoot die op de site van het 2e Bataillon Grenadier Compagnie bedankt wordt voor een foto en een die op een forum een berichtje over een reis naar Madagaskar heeft gepost. De René Snoek van Studio Hairstyle in Capelle aan de IJssel ‘zorgt met zijn veelzijdige team van stylisten dat je je iedere keer weer thuis voelt’. En wie is die waterpolocoach (Waterpoloheren De Aalscholver moeten vechten voor lijfsbehoud)? En de fotograaf van de Grenadiers, is dat ook de maker van de video over het schieten met een vuursteenslotmusket? En wat heeft René Snoek moeten doen om tijdens de feestweek van Abcoude op een tweede plaats te belanden? En dan is er nog de manager marine and safety met dezelfde naam als ik, de leerling van de Jacob Catsschool, de roeier van DRV Euros en de man die op Marktplaats een systeemplafond aanbiedt (geheel netjes gesorteerd en exclusief lichtbakken).
Ik kan er eindeloos lang naar zoeken en kijken. Ik zou hen kunnen zijn. of misschien ben ik hen wel: de tennisser, de fotograaf, de hairstylist, de waterpolocoach en de sofzuigerspecialist.
Afvalberg
In een interview in de NRC van afgelopen vrijdag brengt schrijver/filosoof Pascal Mercier het fenomeen linguistic waste ter sprake. Taalpuin. ‘We horen alleen nog maar verstarde metaforen (…) iedereen kletst elkaar na. We geloven dat we iets denken, terwijl we in werkelijkheid niets meer doen dan ons naar gangbare vormen schikken. In de krant, op televisie, nooit lees of hoor je oorspronkelijk taalgebruik.’ Aldus Mercier. Internet is naar de mening van Mercier het toppunt van linguistic waste. Da’s waar.
Maar aan de andere kant: wat niet? Ben bang dat ons hele leven nogal overbodig is. Tegelijkertijd houd ik er wel van om die rommel met mijn handen te doorzoeken. In de vroege uren de straten af te schuimen op zoek naar iets van waarde. Een morgenster, scharrelend tussen het zwerfvuil langs de digitale snelweg.
Zo kwam ik ook onderstaande foto tegen. Op http://stores.lulu.com/fotografie

Een bloempje tussen het straatvuil, zullen we maar zeggen.
Wandersucht (2)
Er zal vast wel ergens een computer staan waar zij liggen opgeslagen: mijn virtuele voetstappen op het web. Zou ze graag eens zien. Om te kijken waar ik mij de afgelopen jaren zoal heb opgehouden. Mijn clickstream, wordt dat geloof ik wel genoemd. Onze hedendaagse stream of consciousness. De monologue intérieur van deze generatie. Vastgelegd in een reeks URL’s.
Toon mij uw temporary internet files en ik zeg u wie u bent.
Wandersucht
Ik houd van het web. Niet uit een verlangen naar moderniteiten, maar uit een hang tot het verleden: ik houd van het web zoals ik ook van rommelmarkten houd. Om er rond te slenteren. Oude spullen door mijn handen te laten gaan (Wie waren ooit de eigenaars? Waar heeft het ooit de planken gesierd?). Foto’s van naamlozen. Ansichtkaarten met een onbegrepen groet (‘Ook Jenny laat je groeten, Hec.’).
Het liefst wandel ik van afbeelding naar afbeelding, de sites zelf laat ik aan mij voorbijgaan. Aan ontboezemingen en persoonlijke preoccupaties heb ik geen behoefte. Aan plaatjes heb ik genoeg.
