Zelfbegoogeling (2)

Op 14 december 2008 schreef ik over mijn zoektochten langs de digitale snelweg naar mijn naamgenoten, de René Snoek van Snoek Centraal Stofzuiger Apparatuur bijvoorbeeld, de tennisser van TC Lekkerkerk of de waterpolocoach. Vandaag maakte ik weer een ommetje en las dat een andere naamgenoot van mij recentelijk door het noodlot is aangedaan. Studio Hairstyle, de kapsalon van René Snoek en Ria Gelderblom (‘zij zorgen met hun veelzijdige team van stylisten dat je je iedere keer weer thuis voelt’) is door een uitslaande brand in as gelegd. ‘Ik hoorde de kettingzaag. Foute boel’ kopt Het Kontakt onheilspellend. Op 2 januari, ‘terwijl Lekkerkerk uitbuikt na de feestdagen’, volgens wederom Het Kontakt. Het artikel eindigt optimistisch. De eigenaren laten zich niet kisten en zijn supergemotiveerd om het pand weer in de oude staat te herstellen. En dat de klanten voorlopig terecht kunnen in het voormalige pand van babyspeciaalzaak Mudde aan de Burgemeester Roosstraat, geeft zelfs mij weer goede moed.
En opeens ging er toen een lichtje bij mij branden: de kapper en de tennisser zijn een en dezelfde persoon.

Fotootje

Al dwalend over het web stuitte ik zo maar op een aardig fotootje. Passanten die er voor mij waren langsgekomen hadden berichtjes achtergelaten. Een van hen, met de nickname Jehazet, had geschreven: ‘De bunkers als vakantieverblijf spelen een belangrijke rol in de roman Poste restante van René Snoek.’
Zo is het maar net, Jehazet. Maar zo’n mooi fotootje als deze had ik er nog niet eerder van gezien.

bunker

Het meten van de wereld

Bent u al ge-streetviewd? Is de googlemobiel al bij u langs geweest? Bij mij wel. Al hebben ze ons straatje overgeslagen. Ik vind het een fascinerend project. Fascinerend en belachelijk tegelijk. Doet me erg denken aan de film Fitzcarraldo, van Werner Herzog. Of aan het boek Het meten van de wereld van Daniel Kehlmann. Ik weet zeker dat wij over een zekere tijd met eenzelfde verwondering naar dit in beeld brengen van de wereld zullen kijken. Hoop dat een schrijver daar dan een mooi boek van zal maken. Over hoe de googlemobiel naar de uithoeken van de wereld trekt om ook daar elke stoffige straat en onverharde landweg in beeld te brengen. Hoe hij op de ene plaats met gejuich wordt ontvangen, terwijl hij ergens anders op een bernbom stuit.
Ach, we moeten toch wat doen nu we eenmaal hier zijn. Het houdt ons van de straat – of nee, dat juist niet.

GeenRuggegraat

Waar ik echt niets van begrijp, hoe ik ook mijn best doe, zijn de flirtages van bijvoorbeeld Jeroen Pauw, Paul Witteman en Matthijs van Nieuwkerk met mensen als Peter R. de Vries en de makers van GeenStijl. Wat zou daar toch achter zitten? Heb vandaag maar eens op de site van GeenStijl gekeken. Ik wil geen onheilsprofeet spelen, maar ik moet bekennen dat mij een gevoel van angst bekroop. Pure, banale angst. Zou daarin wellicht ook bij hen de motivatie schuilen? Geïntimideerd. Zoals Frits Barend en Henk van Dorp zich ooit publiekelijk bij de Hells Angels excuseerden.

Zijwaarts lezen

Het is een droom om nog eens een roman te schrijven die zich echt van hyperlink naar hyperlink laat lezen. Springend van associatie naar associatie, pagina naar pagina, link naar link. Dan is dit misschien niet meer dan een schamel alternatief. En toch heeft het iets van diezelfde bekoring: lezen via de tags die ik aan mijn stukjes heb gehangen. Zijwaarts lezen, heb ik het genoemd. Voor wat het waard is. Vrijwillig verdwalen. Bestemmingloos bladeren.

Afvalberg

In een interview in de NRC van afgelopen vrijdag brengt schrijver/filosoof Pascal Mercier het fenomeen linguistic waste ter sprake. Taalpuin. ‘We horen alleen nog maar verstarde metaforen (…) iedereen kletst elkaar na. We geloven dat we iets denken, terwijl we in werkelijkheid niets meer doen dan ons naar gangbare vormen schikken. In de krant, op televisie, nooit lees of hoor je oorspronkelijk taalgebruik.’ Aldus Mercier. Internet is naar de mening van Mercier het toppunt van linguistic waste. Da’s waar.
Maar aan de andere kant: wat niet? Ben bang dat ons hele leven nogal overbodig is. Tegelijkertijd houd ik er wel van om die rommel met mijn handen te doorzoeken. In de vroege uren de straten af te schuimen op zoek naar iets van waarde. Een morgenster, scharrelend tussen het zwerfvuil langs de digitale snelweg.

Zo kwam ik ook onderstaande foto tegen. Op http://stores.lulu.com/fotografie

jongetje-in-badkuip.jpg

Een bloempje tussen het straatvuil, zullen we maar zeggen.

Wandersucht (2)

Er zal vast wel ergens een computer staan waar zij liggen opgeslagen: mijn virtuele voetstappen op het web. Zou ze graag eens zien. Om te kijken waar ik mij de afgelopen jaren zoal heb opgehouden. Mijn clickstream, wordt dat geloof ik wel genoemd. Onze hedendaagse stream of consciousness. De monologue intérieur van deze generatie. Vastgelegd in een reeks URL’s.
Toon mij uw temporary internet files en ik zeg u wie u bent.

Wandersucht

Ik houd van het web. Niet uit een verlangen naar moderniteiten, maar uit een hang tot het verleden: ik houd van het web zoals ik ook van rommelmarkten houd. Om er rond te slenteren. Oude spullen door mijn handen te laten gaan (Wie waren ooit de eigenaars? Waar heeft het ooit de planken gesierd?). Foto’s van naamlozen. Ansichtkaarten met een onbegrepen groet (‘Ook Jenny laat je groeten, Hec.’).
Het liefst wandel ik van afbeelding naar afbeelding, de sites zelf laat ik aan mij voorbijgaan. Aan ontboezemingen en persoonlijke preoccupaties heb ik geen behoefte. Aan plaatjes heb ik genoeg.

vallen-web.jpg

Reikwijdte

Ik liep vanmiddag een stukje door de polder. Het waaide en ik zag twee caravans op een boerenerf. Plotseling dacht ik aan een potlood. Zo’n stompje potlood aan een touwtje. Zag je vroeger wel in telefooncellen in openbare gelegenheden. Café. Postkantoor. Kon je iets mee op de muur schrijven. Of op een stukje papier. Een hoekje gescheurd uit een telefoonboek – maar die zijn er ook niet meer.
Vreemd hoe dat beeld zo maar mijn gedachten binnen waaide. Maar toen ik het toch in mijn bezit had gekregen, bedacht ik dat dat het beeld moest zijn van dit weblog: zo’n muur volgekrabbeld met berichtjes, tekeningetjes, telefoonnummers, namen.
Met de reikwijdte van de lengte van het touwtje.