You are currently browsing the tag archive for the 'tuin' tag.
Vanmorgen buiten met koffie en krant. Boodschap gedaan. Buiten geluncht. In de tuin gewerkt. Perentaartje gebakken. Rondje gejogd. Dag als een kadootje. Kadootje van de zomer.
Nee, dan onze papaver. Ooit als zaad gekregen beschildert zij elk jaar onze tuin met zwermen lichtpaarse toetsen. Dit jaar is zij, vrijgevochten als ze is, uit de ommuringen van onze achtertuin gebroken. Zag haar zonnebaden tegen het muurtje van een schuur, ergens in de straat. In het strookje zand tussen twee stoeptegels. En naast ons voorwiel in een parkeerhaventje verderop. Streetwise en onbezorgd. Dat zou onze roos nooit durven. Die blijft staan waar ze staat en alleen bij het zien van de papaver al slaat ze met blozende wangen de ogen naar beneden. ‘En dan de taal die zij uitslaat,’ fluistert ze zacht.

Het is zo’n 12 jaar geleden, denk ik. Volgens mij werden de zogenaamde David Austin rozen toen net populair in Nederland. En ik moet zeggen dat ze ook prachtig waren, op papier.
Ik bestelde een brochure die mij vanuit Engeland werd toegezonden. Uren kon ik daar in bladeren. A Shropshire lad, Charles Rennie Mackintosh, Chaucer, Fair Bianca, Katrhryn Morley, Lochinvar, Queen of Sweden, Scarborough Fair, Constance Spry. Ik verlustigde mij aan de foto’s en de namen, werd er hebberig van, wilde ze allemaal en kocht er uiteindelijk drie.
Ik moet zeggen dat ik het boek beter vond. De bladeren raakten snel aangetast, de stelen waren slap en behoefden ondersteuning en de bloemen, ach, de bloemen waren prachtig, voor een dag. Steeds hoorde ik de opmerking van een vriend van mij in mijn hoofd, die zei dat-ie het maar verfrommelde zakdoekjes vond.
En zo verdwenen ze weer uit onze tuin, mijn David Austin rozen, hoewel ik hun namen soms nog steeds voor mij uit fluisterde op een bewolkte dag: Charles Rennie Mackintosh, Chaucer, Constance Spry.
Dit voorjaar konden wij de verleiding niet weerstaan en probeerden het nog een keer. Met één struik, dit maal. De keus viel op een Heritage. ‘A flower of delicate shell-like beauty,’ volgens de catalogus. ‘The blooms are of perfect, cupped formation (…) a very soft, clear pink at the centre, while the outer petals are almost white.’ En dan de geur, die heeft ‘a beautiful fragrance, with overtones of fruit, honey and carnation on a myrrh background.’
De bloem is zeker niet onaardig, al begint-ie al te verwelken als-ie goed en wel open is. En de geur? Ik zou het niet weten. Ik moet met mijn rug op de grond gaan liggen om mijn neus bij de bloem te krijgen. Maar dit keer geef ik haar de tijd, mijn nerveuze, lichtgeraakte juffertje, kouwtje bij elk kiertje tocht, huilbui bij elke stemverheffing, een verfrommeld zakdoekje in de hand.
En ach, anders hebben we altijd de foto’s nog.

Elk jaar rond deze tijd zijn er tientallen werklieden in mijn tuin actief. Niets trekken zij zich aan van ons, de bewoners van het huis, het weer, of wat er om hen heen gebeurt. Met z’n allen zijn zij maar met één ding bezig: mijn bescheiden tuintje om te toveren in een heuse kathedraal.
>lees verder
Het is het matige voorjaar, ongetwijfeld. Of misschien speelt een gebrek aan tijd ook een rol. Nog bijna geen kans gezien om de tuin in te gaan. Om te knippen en te snoeien, te trekken en te rukken, te scheppen en te vegen, om de oude zooi van vorig jaar op te ruimen, kortom. Hij staat er vreselijk bij, de tuin. Verwaarloosd. De huiskamer na een feestje. Vuile glazen, de lucht van verschraald bier, asbakken vol peuken, ingetrapte toastjes in het tapijt.
Eindelijk een uurtje de tuin in. Even snel, tussen de andere dingen door. Weg met al die dode stengels en halfvergane bladeren. Knip, knip, knip gaat mijn snoeischaar. Weg die rommel van het vorig jaar. Nog even niet letten op al het onkruid, de paardebloemen en de zaailingen van de hop. Dat komt later wel, eerst met de snoeischaar in de aanslag mij een weg banen door de zooi.
Niets zo heerlijk als aan het eind van zo’n uurtje met de bezem het terras aanvegen. Whoesj, whoesj, whoesj, veeg ik mij een opgeruimd gevoel. Weg met die restjes winter. Ruim baan voor het voorjaar.
En dan, plosteling, op het achterste terras bij de schuur, de aanblik van de kerstboom, die daar ontdaan van al zijn takken al drie maanden lang lijdzaam staat te wachten. Een kale stam op een kruis, als een gevangene op zijn executie wachtend op mijn zaag.
Afgelopen zondag de tuin voor de eerste keer dit jaar onder handen genomen. Kan niet wachten op het voorjaar. Hop, klimroos en clematissen gesnoeid. Ziet er nu opeens zo kaal uit, die muur waar zij tegenaan staan.
Moest er plotseling aan denken dat ik vroeger het haar van mijn zoontje knipte. Toen hij nog Erg Klein was. Mag er nu niet eens meer naar wijzen. Ik kon maar één kapsel: opgeknipt in de nek en bovenop alles dezelfde lengte. Doe in de tuin eigenlijk niet veel anders.
Dat heeft een tuin voor op kinderen. Dat hij zich elk jaar weer verjongt.
En nooit ouder wordt.

