You are currently browsing the tag archive for the 'herfst' tag.
Ik maakte vanmiddag een kleine wandeling door het poldertje bij ons achter. De zon stond laag en waaierde met royaal gebaar het licht over het landschap uit. Er stond een harde wind, harder dan ik had gedacht. De rietpluimen bogen. Het wateroppervlak rilde genotzuchtig. En ondertussen werkten ganzen hun dagelijks portie gras naar binnen. Bagger lag op de slootkanten uitgespreid. Ik zag hier en daar een mee omhoog gekomen zoetwatermossel. Gekraakt en leeggeroofd door een vogel. Eentje was bijna net zo groot als mijn hand. Met opengespreide schelp stak hij als een parelmoeren vlinder uit de zwarte bagger. Handen omhoog of ik schiet. Animal planet in de polder. Het spektakel ligt soms om de hoek.
Ik zag vorige week hier in een plantsoentje tussen straat en stoep een groepje paddenstoelen staan. Aan de voet van een boom. Kleine, witte kegeltjes waren het, een stuk of tien. Met de kop in de aarde gezet. Na een paar dagen waren de lichaampjes als parapluutjes opengeklapt. Ze staan er elk jaar. Een paar dagen slechts: ze vergaan snel. Ik fietste er een paar keer langs en elke keer zei ik zachtjes tegen mijzelf ‘Funghi in cittá‘, naar het verhaaltje uit Calvino’s bundel Marcovaldo.
Soms heb je dat – ik ben vast de enige niet. Dat je op bijna dwangmatige wijze iets moet zeggen. Op een bepaald moment. Bij een bepaalde handeling. Een gebeurtenis. Een dag in het jaar. En dan elke keer weer.
Zo mompel ik elk jaar rond deze tijd als ik naar de tuin kijk de zin ‘Het grote sterven is begonnen’ zachtjes voor me uit. Ik weet zeker dat ik ze niet zelf heb bedacht: maar waar komen die woorden ook al weer vandaan?
Het was vanmorgen. Toen na een paar hevige najaarsbuien de zon doorbrak. Plotseling moest ik denken aan dat moment in winters, als er sneeuw op het dak ligt en de zon schijnt. Dat geluid, van smeltwater dat van de dakpannen loopt en kabbelend door dakgoot en regenpijp de grond in verdwijnt. Fijn geluid is dat. Alsof je met je voeten in een beekje zit. De zon op je gezicht. Winter die doet alsof het zomer is. Zouden we dat nog eens meemaken? Toen even later de regen weer tegen de ramen vlaagde, wist ik weer dat het herfst was.
Elk jaar rond deze tijd zijn er tientallen werklieden in mijn tuin actief. Niets trekken zij zich aan van ons, de bewoners van het huis, het weer, of wat er om hen heen gebeurt. Met z’n allen zijn zij maar met één ding bezig: mijn bescheiden tuintje om te toveren in een heuse kathedraal.
>lees verder
Zo houd ik wel van de herfst, ja. Het licht, de temperatuur, de kleuren. De bomen bij mij in de straat beginnen aan de bovenzijde geel te worden. Doen alle bomen dat? Ik bedoel, begint het altijd bij de bovenste bladeren? Ik wist dat het met de hoeveel heid licht te maken had. En dat de temperatuur een rol kan spelen. Maar waarom beginnen de kruinen aan de bovenkant geel te verkleuren, terwijl ze daaronder nog groen zijn? Mooi is het overigens wel. Alsof iemand er vannacht druppeltjes gele verf op heeft gemorst. Zouden ze dat met intelligent design bedoelen?

