Lezen en vergeten

Ik lees 25 boeken per jaar. Dat is geen stelregel of voornemen, maar het gemiddelde waar ik na jaren van bijhouden op uitkom. Is dat veel? Het is ongetwijfeld meer dan de meesten, maar minder dan ik zou willen. Het is soms leuk om die lijstjes door mijn vingers te laten gaan. Wat las ik in 2002? En in 2005? Vroeger noteerde ik niet alleen wat ik las, maar ook wat ik ervan vond. Zo lees ik dat er wat mij betreft flink gesneden had mogen worden in het geneuzel van de hoofdpersonen in Richard Yates’ Revolutionary Road. Daar kan ik me nog wel iets van herinneren, ja. En And when did you last see your father? van Blake Morrison vond ik vooral sentimenteel. ‘En die citaten hadden er natuurlijk uit gemoeten,’ zo besluit ik mijn notitie. Welke citaten waren dat? Ik pak het boek uit de kast en sla het erop na. Die uit de gedichten, denk ik. Wat herinner ik me nog maar weinig van het boek. En van al die andere in mijn kast. Ik lees er 25 per jaar, maar hoeveel vergeet ik er in diezelfde periode weer?

Poste restante (7)

De beste recensie van mijn boek vond ik vandaag. Op het weblog van Bibman, http://bibman.blogspot.com/. En dan doel ik met ‘beste’ natuurlijk niet op zijn oordeel over het boek, maar op zijn begrip van het boek. Het is voor het eerst dat ik het gevoel heb dat het boek door een recensent voor de volle 100% is begrepen. En dat begrip dan vervolgens ook nog eens helder weergegeven en juist geformuleerd. Kom daar eens om tegenwoordig, bij de gemiddelde recensent. Alsof een brief is aangekomen op het nooit vermelde, maar nochtans juiste adres. Misschien doe je het daar wel voor, schrijven. Misschien wel, ja.

Poste restante (4)

Schrijven is wat een schrijver het liefste doet. Anders was hij geen schrijver geworden. Na het beëindigen van het ene boek wil hij het liefst met een volgend beginnen. En alles wat daar tussen komt is hinderlijk. Maar sommige dingen zijn minder hinderlijk dan andere. En er zijn hinderlijke dingen die best prettig zijn. Van op de voorpagina van Het Parool staan gaat zelfs een schrijver wat gemakkelijker zitten.
‘Je kraag zit raar,’ zegt vrouw, ‘ik vind het geen goede foto, je kraag zit echt heel raar.’
Met beide benen op de grond. Als dat nog nodig was.

Lees het artikel

Poste restante (3)

Nou ja, vooruit. Nog één voorproefje dan.

Het eerste hoofdstuk.

‘Het was op de dag dat God zelf zijn levenswerk van een naam voorzag. Met wollige, witte letters schreef hij hem op het hemelsblauwe doek, onder het voortbrengen van het zacht brommende geluid van een vlieg, gevangen tussen de vitrage en het raam van het zomerhuisje. We lagen in de kom van een duin, op onze rug in het warme zand, schermden met een hand onze ogen af tegen de zon en keken toe hoe de letters aan de wolkenloze hemel verschenen, een voor een, met sierlijke rondingen: Lexington.’
>lees verder

Poste Restante (2)

Binnenwerk gezien. Zag er mooi uit.

Flaptekst, bij wijze van sneak preview:

‘Tijdens zijn werk als tekstschrijver stuit Ludo op internet op een oude strandfoto. De foto maakt de herinnering wakker aan magische zomerweken uit zijn kindertijd toen hij samen met Sylvie de wereld ontdekte. Die vakantie van 1968 eindigde echter in een drama en Sylvie heeft hij daarna nooit meer gezien. Maar wat is er eigenlijk echt gebeurd in die zomer? Als hij Sylvie in een bioscoop tijdens een marathonvoorstelling van Heimat meent terug te zien, krijgt hij eindelijk de kans om het geheim van die ene paradijselijke vakantie te ontrafelen.
Op een betoverende, rustige toon weet Snoek herinneringen, fantasie, werkelijkheid, nuchterheid en humor samen te smelten tot een wonderlijk en ontroerend verhaal.’

Nog even geduld.

Poste restante

Nog drie maanden. Dan is het zo ver. In mei komt mijn nieuwe roman uit. Bij Ailantus, de nieuwe uitgeverij van mijn oude uitgever Lidewijde Paris.
Deze week is de vormgever met de cover aan de slag gegaan. Het is moeilijk om te beschrijven hoe het is als een verzameling woorden ineens een boek wordt. Je grijpt al snel naar de vergelijking met de geboorte van een kind. Als wat eerst niet meer dan een idee was, plotseling in je armen ligt.
Moet wel zeggen dat het in het geval van een boek wat gelijdelijker en met wat minder geweld gepaard gaat.
En natuurlijk, Daan, je bent mij liever dan mijn boek.

Troostlezen (5): ‘Nou moe?’ – de verbazing van Guust Flater en Marcovaldo

Ziek. De koelte van de slaapkamer. Kussens in de rug. De steeds weer herhaalde nieuwsberichten van dalende beurskoersen als een verre, verre mantra op de radio. De werkelijkheid, maar niet hier. Een glas limonade, een pakje zakdoekjes en een stapel stripboeken: dat is mijn, koortsige, werkelijkheid.
De stapels stripboeken die ik bij gelegenheden als deze tevoorschijn haal, stammen uit wat ik de Gouden Eeuw van het stripverhaal noem. De periode tussen ruwweg 1950 en 1970. De tijd waarin van de hand van Belgische en Franse scenaristen en illustratoren het ene na het andere meesterwerk verscheen. Kuifje, Blake & Mortimer, Michel Vaillant, Asterix, Buck Danny, Lucky Luke, Robbedoes, Rik Ringers. Helden wier avonturen mij, als een madeleine met lindebloesemthee, nog steeds zonder omwegen terugbrengen naar mijn kindertijd, een periode die, hoe vreemd dat ook mag klinken voor iemand die in 1961 is geboren, eveneens van 1950 tot 1970 loopt.

> lees verder

Magda Szabó

Ik wist niet dat ze al negentig was, al had ik dat natuurlijk wel kunnen weten. Mede daardoor kwam het bericht van haar dood zo onverwacht, misschien.
Ik maakte kennis met haar door De Katalinstraat – en ik was meteen verkocht. Later volgden De deur en, begin dit jaar, Het ogenblik.  Drie boeken. Ik kan alleen maar hopen dat er nog meer werk van haar wordt vertaald.
Het is een vreemd gevoel om een dierbare schrijver te verliezen. Men zegt dat ze stierf terwijl ze zat te lezen. Dat is mooi. Het maakt me alleen zo nieuwsgierig naar het boek dat ze in haar handen had.

szabo.jpg